Home > Adviezen > RvA no. RA/24-10-AMvRb

RvA no. RA/24-10-AMvRb
29/06/2011

Ontwerp-Besluit houdende een onderlinge regeling met betrekking tot de overname door de Staat der Nederlanden van door het land Nederlandse Antillen en de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten aangegane geldleningen (Besluit overname geldleningen Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten)
(3055/RNA, DWJ’10/255)

Advies:  Met verwijzing naar uw spoedadviesverzoek d.d. 16 juni 2010 om het oordeel van de Raad van Advies inzake bovengenoemd onderwerp en de behandeling hiervan in de vergadering van de Raad van Advies d.d. 19 juli 2010, bericht de Raad u als volgt.

Het ontwerp-Besluit houdende een onderlinge regeling met betrekking tot de overname door de Staat der Nederlanden van door het land Nederlandse Antillen en de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten aangegane geldleningen strekt ertoe een wettelijke regeling tot stand te brengen, op grond waarvan de resterende hoofdsom van de door Nederland over te nemen schulden ingevolge artikel 31, derde lid, van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten, bij het ingaan van de nieuwe staatkundige verhoudingen van rechtswege onder algemene titel overgaat op de Staat der Nederlanden. Het onderhavige ontwerp-besluit strekt er voorts toe om regels te stellen met betrekking tot de direct opeisbare vorderingen die Nederland in verband met de overgang van schulden krijgt op de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten.

Bestudering van het onderhavige ontwerp-besluit en de bijbehorende nota van toelichting alsmede de overige bij het adviesverzoek gevoegde stukken geeft de Raad aanleiding tot het maken van de navolgende opmerkingen.

Algemeen
De eis van overeenstemming tijdens de totstandkomingsprocedure
Het ontwerp-Besluit houdende een onderlinge regeling met betrekking tot de overname door de Staat der Nederlanden van door het land Nederlandse Antillen en de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten (Besluit overname geldleningen Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten) (“het ontwerp”) is gebaseerd op artikel 38, tweede lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (“het Statuut”).

Een op artikel 38, tweede lid, van het Statuut, gebaseerde algemene maatregel van rijksbestuur (AMvRb) kan slechts tot stand worden gebracht indien daarover overeenstemming bestaat tussen de regeringen van de betrokken landen. Hoewel voor de formele afwikkeling van de nu lopende totstandkomingsprocedure van de AMvRb slechts de medewerking van de organen van het land de Nederlandse Antillen vereist is, dient de Gevolmachtigde Minister van de Nederlandse Antillen zich ervan te verzekeren dat de schriftelijke instemming is verkregen van de bestuurscolleges van de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten conform de “Verklaring d.d. 12 november 2007” gemaakte afspraken tussen Nederland, de Nederlandse Antillen en de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten (“instemmingsvereiste”).

In de nota van toelichting (pagina 12, onder hoofdstuk 4.5., tweede tekstblok) staat dat het ontwerp op basis van consensus tot stand is gekomen tussen Nederland en de Nederlandse Antillen, waarbij de Slotverklaring van 2 november 2006 en het op 22 januari 2008 vastgestelde “Voorstel schuldsanering” het vertrekpunt zijn voor de uiteindelijke overeenstemming tussen Nederland en de Nederlandse Antillen. In de nota van toelichting wordt tevens verwezen naar de bovengenoemde verklaring van 12 november 2007 in verband met het instemmingsvereiste. Ten aanzien hiervan wordt ook in de vierde overweging in de aanhef van het ontwerp verwezen naar de op 26 november 2008 gemaakte nadere afspraken over de sanering van genoemde schulden door de Politieke Stuurgroep Staatkundige Veranderingen.

Het is de Raad niet bekend of voldaan is aan het bedoelde instemmingsvereiste. De Raad merkt op dat met de bovengenoemde besluiten van 22 januari 2008 en 26 november 2008 niet is voldaan aan het instemmingsvereiste, aangezien niet de bestuurscolleges van de eilandgebieden partij waren bij deze besluiten maar de Politieke Stuurgroep Staatkundige Veranderingen waarin de onderscheiden entiteiten vertegenwoordigd zijn.

De Raad geeft de regering in overweging alsnog de schriftelijke instemming van de bestuurscolleges van de betrokken eilandgebieden te verkrijgen of, indien dit reeds het geval is, de nota van toelichting op dit punt te laten aanvullen.

Inhoudelijke opmerkingen
Het ontwerp
Artikel 2
De Raad geeft de regering in overweging in artikel 2 van het ontwerp tot uitdrukking te laten brengen dat het geldleningen betreft waarbij het land de Nederlandse Antillen dan wel het eilandgebied Curaçao dan wel het eilandgebied Sint Maarten de debiteur is, door in de eerste regel van artikel 2 het woord “door” te wijzigen in “ten laste van”.

Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard
Het ontwerp en de nota van toelichting geven de Raad aanleiding tot het maken van de volgende wetstechnische en redactionele opmerkingen.
 

Het ontwerp
Algemeen
De Raad geeft in overweging in het ontwerp de zinsnede “het land Nederlandse Antillen” telkens te laten vervangen door “het land de Nederlandse Antillen”.

Artikel 1
In artikel 1, onderdeel b, wordt verwezen naar artikel 23 van het Besluit tijdelijk financieel toezicht Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten (P.B. 2008, no. 90) (“het Besluit”).
De Raad merkt op dat het Besluit ingaande 1 januari van het derde jaar na het jaar van inwerkingtreding of op een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip komt te vervallen ingevolge artikel 37, tweede lid, van het Besluit. Volgens de nota van toelichting op artikel 37 van het Besluit dient als uitgangspunt dat het Besluit in ieder geval vervalt drie jaar na inwerkingtreding van het Besluit en zoveel eerder als de nieuwe staatkundige verhoudingen tot stand komen.
Om die reden geeft de Raad de regering in overweging om het bepaalde in artikel 23 van het Besluit, in zijn geheel over te nemen in artikel 1, onderdeel b, van het ontwerp.

Nota van toelichting
Pagina 7, onder hoofdstuk 2.2. “Schuldsanering door Nederland”
In het laatste tekstblok wordt verwezen naar de tekst van artikel 31, derde lid, van het voorstel van Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten.
De Eerste Kamer van de Staten-Generaal heeft op 6 juli 2010 het voorstel van rijkswet met betrekking tot het onderhavige onderwerp aangenomen. Hierin is de tekst van artikel 31,derde lid, waar hierboven naar verwezen wordt, gewijzigd (EK, 32 026 (R1888), A).
De Raad geeft u in overweging de nota van toelichting op dit punt te laten aanpassen.

 

De Raad heeft voor het overige geen opmerkingen.


Concluderend geeft de Raad de regering in overweging om rekening houdend met de opmerkingen in dit advies in te stemmen met het onderhavige ontwerp-besluit.


Willemstad, 21 juli 2010


de Ondervoorzitter,                                       de Secretaris,

 

_____________________                              ____________________
Prof mr. F.B.M. Kunneman                          mevr. mr. C.M. Raphaëla


 

Zoeken in Adviezen

 Datum vanaf:
 Datum tot:

 

LAATST GEPLAATSTE ADVIEZEN

RvA no. 36-16-LV / 10/02/2017
Ontwerplandsverordening tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (ontbinding rechtspersonen door de Kamer van Koophandel)
(zaaknummer 2016/007723)

Lees meer >>

RvA no. 28-16-LB / 10/02/2017
Ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 13, derde lid, van de Landsverordening financieel beheer (Landsbesluit subsidie)
(zaaknummer 2015/051641)

Lees meer >>