Home > Adviezen > RVA no. RA/27-09-LV

RVA no. RA/27-09-LV
19/08/2009

Ontwerp-landsverordening tot vaststelling van de begroting van de Nederlandse Antillen voor het dienstjaar 2010 (4316/RNA, F-2277 e.a.)

Met verwijzing naar uw adviesverzoek d.d. 17 juli 2009 om het oordeel van de Raad van Advies inzake bovengenoemd onderwerp en de behandeling hiervan in de vergadering van de Raad van Advies d.d. 17 augustus 2009, bericht de Raad u als volgt.

De onderhavige ontwerp-landsverordening tot vaststelling van de begroting van de Nederlandse Antillen voor het dienstjaar 2010 strekt, volgens de considerans, ertoe met inachtneming van artikel 85 van de Staatsregeling van de Nederlandse Antillen, de begroting van de Nederlandse Antillen voor het dienstjaar 2010 bij Landsverordening vast te stellen. Voorts is in de considerans opgenomen dat ingevolge artikel 132, eerste lid, van de Staatsregeling geldleningen ten name en ten laste van de Nederlandse Antillen niet kunnen worden aangegaan dan krachtens landsverordening.

Bestudering van de onderhavige ontwerp-landsverordening en de bijbehorende memorie van toelichting alsmede de overige bij het adviesverzoek gevoegde stukken geeft de Raad aanleiding tot het maken van de navolgende opmerkingen.

Algemeen
De presentatie, gevolgde procedures en uitgangspunten
van de ontwerp-begroting 2010

De Raad vindt de wijzigingen die zijn aangebracht in de presentatie van de toelichting op de ontwerp-begroting voor het dienstjaar 2010 (ontwerp-begroting 2010) en de Meerjarenbegroting 2010-2013 positief.
Voor de Raad is bijvoorbeeld positief de opname van outputgegevens in de Algemene beschouwingen van de memorie van toelichting en de goede uitleg van het onderscheid tussen beleidsintensivering en beleidsuitbreiding. Het komt de Raad voor dat de ontwerp-begroting 2010, als gevolg van de vernieuwingen en verbeteringen, overzichtelijker is geworden dan die van vorig jaar.

 

De Raad heeft uit de brief d.d. 7 juli 2009 met kenmerk F. 2277 van de Directie Financiën aan de Minister van Financiën kunnen opmaken dat de aanlevering van informatie c.q. gegevens ook voor het dienstjaar 2010 hoewel beter, toch nog deficiënt is geweest. De deficiënte aanlevering van informatie c.q. gegevens heeft de toetsing door de Directie Financiën van de ingediende (wenselijkheids)begroting van de onderscheiden organisatorische eenheden weer aanzienlijk bemoeilijkt.

De Raad geeft de regering dan ook wederom in overweging het nodige te doen opdat ook voornoemd aspect van het voorbereidingsproces betreffende de Landsbegroting in de toekomst voldoet aan de beleidsnota van de Minister van Financiën inzake de voorbereiding van de ontwerp-begroting en de Richtlijnen ontwerpbegroting.

De Raad wil hier nogmaals, zoals gesteld in eerdere adviezen, de regering in overweging geven om, uitgaande van de (zonodig te wijzigen) comptabiliteitswetgeving van de Nederlandse Antillen te onderzoeken of de Landsbegroting in het vervolg (de nieuwe landen binnen het Koninkrijk kunnen na de ontmanteling van het land de Nederlandse Antillen een overeenkomstige regeling instellen) ingediend kan worden in afzonderlijke ontwerp-landsverordeningen en wel per ministerie.

Het bepaalde in artikel 84 van de Staatsregeling van de Nederlandse Antillen (de Staatsregeling) biedt de mogelijkheid dat de Landsbegroting in één of meer ontwerpen door de Gouverneur wordt ontworpen en aan de Staten aangeboden. Het aanbieden van afzonderlijke ontwerp-begrotingswetten is in andere landen, waaronder Nederland, gebruikelijk.
De Raad vindt dat één van de voordelen hiervan is dat de ministeriële verantwoordelijkheid voor de voorbereiding van de eigen begroting, voor het eigen beleid en de uitvoering daarvan meer zal worden benadrukt. De afzonderlijke ontwerp-begrotingen worden dan elk afzonderlijk door de Staten behandeld en goedgekeurd. De Raad voegt hieraan toe dat de overzichtelijkheid van de aangeboden ontwerp-begroting dan ook meer tot zijn recht zal komen.

Inhoudelijke opmerkingen
Algemeen

De Raad beschouwt het jaar 2008 als een economisch topjaar voor de Nederlandse Antillen. De Raad voorziet echter dat de ontwikkelingen in het jaar 2009 zullen worden beïnvloed door de mondiale economische crisis. Ook in de Nederlandse Antillen worden reeds de effecten van deze crisis gevoeld. Zoals blijkt uit de Nota van Financiën is ook de regering diezelfde mening toegedaan en gaat de regering voor het dienstjaar 2010 uit van een behoedzaam scenario, rekeninghoudend met de effecten daarvan op onder andere de indirecte belastingopbrengsten en de groei- en inflatiecijfers.
De Raad is van mening dat dat de regering zeer nauwlettend de inkomsten maandelijks en tijdig dient te volgen, opdat de regering snel zal kunnen ingrijpen indien deze inkomsten toch nog tegenvallen vergeleken met de eerdergenoemde behoedzame projecties.
De Raad geeft de regering dan ook in overweging een “sensitivity analyse” te (doen) verrichten. Met gebruik van een dergelijke analyse zou de regering bij voorbaat kunnen bepalen bij welke verdere daling van de geraamde inkomsten, de kosten verder verlaagd zouden moeten worden teneinde niet aan het einde van het jaar geconfronteerd te worden met een exploitatietekort.

In de Algemene beschouwingen wordt in een tabel voor elk ministerie de samenstelling van de begroting voor het dienstjaar 2010 per economische categorie gepresenteerd.
De Raad geeft de regering in overweging, voor zover van toepassing, daarnaast ook een samenvatting te geven van de inkomsten per ministerie.

De memorie van toelichting
Algemeen
De memorie van toelichting behorende bij de onderhavige ontwerp-landsverordening bestaat uit de onderdelen Algemene beschouwingen en de Nota van Financiën.
De Raad zal in het onderhavige advies elk onderdeel apart behandelen.

De Algemene beschouwingen
De Algemene beschouwingen staan hoofdzakelijk in het teken van de staatkundige vernieuwing van het land de Nederlandse Antillen die in 2010 zijn beslag moet krijgen. Tegen die achtergrond constateert de Raad enerzijds dat de ontwikkeling van de interne organisatie voor sommige organisatorische eenheden geen prioriteit meer heeft. Anderzijds richten bepaalde organisatorische eenheden hun beleid nadrukkelijk op de verdere ontwikkeling van hun organisatie en het personeel, kennelijk met het oog op de nieuwe mogelijkheden die de staatkundige vernieuwing met zich meebrengt.

De Algemene beschouwingen zijn in hun algemeenheid overzichtelijker dan het voorgaande jaar en vertonen vooruitgang op het punt van de onderbouwing van de begroting. De Raad wijst er wederom op dat de toelichting op een begroting het voorgenomen beleid voor het betrokken dienstjaar dient te beschrijven, alsmede de wijze waarop dit beleid ten uitvoer wordt gelegd, met daaraan gekoppeld de bijbehorende kosten en baten. Bovendien dienen de beoogde effecten van het voorgenomen beleid te worden aangegeven.
In veel gevallen bevatten de Algemene beschouwingen een opsomming van de taken en doelstellingen van de betrokken organisatorische eenheid, eventueel aangevuld met, al dan niet concrete, beleidsvoornemens, zonder toevoeging van een kosten-batenanalyse. De Raad stelt vast dat niet van alle organisatorische eenheden de beleidsvoornemens in de Algemene beschouwingen zijn opgenomen.

Hoewel beoogd wordt de opheffing van het land de Nederlandse Antillen in 2010 te doen plaatsvinden, kan de Raad de keuze van de regering voor het aanbieden van een begroting voor het hele dienstjaar 2010, onderschrijven. De regering stelt in dat kader dat de nodige voorzieningen worden getroffen, om te voorkomen dat de kredieten in een versneld tempo worden uitgeput of voor andere doelen worden ingezet dan waarvoor ze zijn bestemd (Algemene beschouwingen, pagina 4, tweede tekstblok).
De Raad geeft in overweging in de Algemene beschouwingen aan te geven welke voorzieningen de regering voor ogen heeft.

Ministerie van Algemene Zaken en Buitenlandse Betrekkingen
De Directie Buitenlandse Betrekkingen is een organisatorische eenheid die nadrukkelijk inspeelt op de nieuwe mogelijkheden als gevolg van de staatkundige vernieuwing.
De Raad geeft in overweging in de Algemene beschouwingen aan te geven om welke redenen slechts met vertegenwoordigers van de Bovenwindse eilanden overlegd zal worden over de na de staatkundige vernieuwing te volgen visumprocedures (Algemene beschouwingen, pagina 27, tweede tekstblok) en niet tevens met vertegenwoordigers van de Benedenwindse eilanden.

Met betrekking tot de internationale samenwerking stelt de regering dat zij samen met Nederland zal onderzoeken op welke wijze het “associate membership” van de Europese Gemeenschap en de samenwerkingsrelatie met de Europese Commissie het beste kunnen worden voortgezet voor de nieuw te vormen entiteiten. Deze entiteiten zullen zich moeten beraden op de wijze waarop zij de multilaterale samenwerking met de Europese Unie en de regionale samenwerking wensen vorm te geven (Algemene beschouwingen, pagina 33, tweede tekstblok). In 2010 zal de regering voorzieningen treffen om het voortbestaan van de regionale samenwerkingsactiviteiten te kunnen garanderen (Algemene beschouwingen, pagina 35, derde tekstblok).
De Raad geeft in overweging in de Algemene beschouwingen te verduidelijken welke voorzieningen deze betreffen alsmede wat wordt beoogd met de “Change Management workshops” ten behoeve van de nieuwe entiteiten (Algemene beschouwingen, pagina 37, eerste tekstblok).

Ministerie van Constitutionele en Binnenlandse Zaken
Het jaar 2010 wordt, evenals het jaar ervoor, gekenmerkt door voorbereidingen op de toekomstige veranderingen op staatkundig gebied. In verband hiermee zal de Directie Personeel en Organisatie & ICT als geen ander te maken krijgen met de gevolgen daarvan, te weten de overgang van het personeel van het land de Nederlandse Antillen naar de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten en de nieuwe openbare lichamen in het Nederlands staatsbestel: Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Genoemde directie zal zich met name hierop moeten concentreren, zodat deze overgang soepel verloopt. De rechtspositie van de betrokkenen dient daarbij vooraf goed in kaart te worden gebracht. Het bovenstaande zal een grote inspanning vergen voor wat betreft tijd, geld en menskracht.

Ingevolge de Besluitenlijst van het op 24 november 2008 te Sint Maarten gehouden “Bestuurlijk overleg Gefaseerde Ontmanteling” tussen het land de Nederlandse Antillen, het Eilandgebied Curaçao en het Eilandgebied Sint Maarten (het Besluit), onderdeel 1.1 sub c, zullen de lands- en eilandsambtenaren in beginsel gelijktijdig overgaan naar de entiteiten in opbouw volgens de volgorde van overgang van landstaken naar de nieuwe bestuurlijke organisatie van deze entiteiten.
De Raad geeft in overweging in de Algemene beschouwingen aan te geven wanneer verwacht wordt dat de overdracht van landstaken zal plaatsvinden en de daarmee gepaard gaande overgang van landspersoneel. In verband daarmee geeft de Raad tevens in overweging in de Algemene beschouwingen aan te geven wanneer een aanvang wordt gemaakt met het begeleidingstraject voor de overgang van het landspersoneel naar de nieuwe entiteiten (zie onderdeel 1.1 sub f, van het Besluit) alsook de kosten die met dit traject gepaard gaan, en hoe deze kosten gedekt zullen worden.

Aangezien de verwijzing naar de Landsverordening Ombudsman op pagina 50, tweede tekstblok, van de Algemene beschouwingen niet juist is omdat deze landsverordening nimmer is vastgesteld, geeft de Raad in overweging deze verwijzing te schrappen.

Tegen de achtergrond van de deugdelijkheid van bestuur dat volgens artikel 43, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden primair een verantwoordelijkheid is van de Centrale Overheid dient de Centrale Overheid deze verantwoordelijkheid over te dragen aan de toekomstige landen Curaçao en Sint Maarten. In dat kader zal onder meer het integriteitstraject voor het publieke-private veld van Curaçao in 2010 worden geïntensiveerd (pagina 51 van de Algemene beschouwingen, laatste tekstblok).
De Raad geeft in overweging in de Algemene beschouwingen aan te geven welke bedrijven dan wel organisaties worden bedoeld met het “private veld van Curaçao” en of ook voor het publieke-private veld van Sint Maarten eenzelfde traject is opgestart.

Op pagina 53 van de Algemene beschouwingen, tweede tekstblok, staat dat tijdens de Ronde Tafelconferentie op 15 december 2008 de noodzakelijke wet- en regelgeving is vastgesteld. De Raad wijst er op dat in vele gevallen de betrokken wet- en regelgeving echter nog dient te worden vastgesteld.. In paragraaf VII van de Toetsings-Ronde Tafel Conferentie van het Koninkrijk der Nederlanden op 15 december 2008, te weten de Implementatiefase, stellen de delegaties van de betrokken landen c.q. eilandgebieden namelijk vast, dat er een aanvang kan worden gemaakt met de implementatiefase, zoals bedoeld in de Slotverklaring van de Start-Ronde Tafel Conferentie van 26 november 2005, en met de implementatie, zoals bedoeld in de Slotverklaring van het bestuurlijk overleg van 2 november 2006 (zie pagina 13 van laatstgenoemde slotverklaring).
De Raad geeft in overweging de betreffende tekst op pagina 53 van de Algemene beschouwingen te wijzigen, met inachtneming van het bovenstaande.

Ministerie van Justitie
In het Hoofdstuk “Ministerie van Justitie” wordt op veel plaatsen melding gemaakt van reeds genomen acties van de Minister van Justitie, soms zelfs met vermelding van de naam van de bewindspersoon, of van de datum van diens aantreden. Dit is in vele gevallen overbodig.
Reeds plaatsgevonden acties vallen onder uitvoering. Bij deze ontwerp-begroting moet men het hebben over het door de regering voorgestane justitiebeleid.

Voor wat betreft de gemeenschappelijke voorziening politiediensten (de gvp) worden op pagina 59 van de Algemene beschouwingen de feiten niet geheel juist weergegeven.
Het is niet de eerder genoemde intensivering van de onderlinge samenwerking, zoals voorgestaan door de korpschefs van de huidige korpsen, die zal leiden tot de gvp.
In artikel 20 van de ontwerp-Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt bepaald dat er een gemeenschappelijke voorziening politie is van Curaçao, Sint Maarten en Nederland.
In Hoofdstuk 5 van die ontwerp-consensusrijkswet wordt de samenwerking tussen de politie van de landen door middel van de gvp geregeld.

Voor wat betreft de Centrale Politiedienst (de CPD) moet in de Algemene beschouwingen worden aangegeven dat in de nieuwe staatkundige situatie de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten elk een politiekorps hebben en dat er een gezamenlijk politiekorps is voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het betreft hier volwaardige politiekorpsen. De taken waarmee de CPD thans belast is, zullen in de toekomst (in principe) door de politiekorpsen zelf worden uitgevoerd. Daardoor wordt de CPD feitelijk overbodig, om welke reden nu reeds wordt gewerkt aan de afbouw en opheffing van die dienst, waarbij het de bedoeling is dat de (voor de huidige CPD) beschikbare middelen en personeel naar de politiekorpsen overgaan.
De Raad geeft in overweging de Algemene beschouwingen op dit punt aan te vullen.

Naar de mening van de Raad is hetgeen ten aanzien van strafgevangenissen en huizen van bewaring wordt gesteld op pagina 60 van de Algemene beschouwingen, niet meer actueel. De Raad stelt voor dit onderdeel te laten herschrijven.

Ministerie van Verkeer en Vervoer
De Directie Luchtvaart geeft een adequate opsomming en een duidelijke beschrijving van de doelstellingen voor het jaar 2010, onder opgave van de kosten die daarmee gepaard gaan. In het licht van de staatkundige vernieuwing richt de Directie Luchtvaart haar beleid nadrukkelijk op de verdere ontwikkeling van de organisatie en het personeel.

Ook de Directie Scheepvaart en Maritieme zaken bereidt zich terdege voor op de veranderingen die de staatkundige vernieuwing met zich brengt. In de Algemene beschouwingen staat, dat voor deelname aan de Caribbean MOU on Port State Control, het land Curaçao waarschijnlijk een nieuwe MOU moet aangegaan (Algemene beschouwingen, pagina 81, laatste tekstblok).
De Raad geeft in overweging in de Algemene beschouwingen aan te geven waarom slechts het land Curaçao eventueel een nieuwe MOU moet aangegaan en niet ook met het land Sint Maarten, alsmede om welke reden kennelijk alleen in het land Curaçao schepen geregistreerd zullen worden na de staatkundige hervormingen (Algemene beschouwingen, pagina 82, eerste tekstblok).

Over het Bureau Telecommunicatie en Post (BTP) is er in de Algemene beschouwingen niets te vinden. Hoewel deze organisatorische eenheid is verzelfstandigd, dient BTP als onderdeel van het Ministerie van Verkeer en Vervoer, en als zodanig te vinden in de ontwerp-begroting, van een toelichting te zijn voorzien.
De Raad stelt wederom vast dat de Landsverordening Bureau Telecommunicatie en Post (P.B. 2006, no. 69) (de Landsverordening) nog steeds niet wordt nageleefd aangezien uit verkregen informatie is gebleken dat de leden van de Raad van Toezicht nog niet zijn benoemd. De Raad heeft hier eerder op geattendeerd in zijn advies d.d. 21 augustus 2008, RvA no. RA/34-08, en benadrukt dat de benoeming van de bedoelde leden verplicht is ingevolge artikel 8 van de Landsverordening. De Raad wijst tevens op de wettelijke taak die de Raad van Toezicht ingevolge artikel 14 van de Landsverordening heeft. De Raad van Toezicht oefent toezicht uit op de algemene gang van zaken bij het BTP en ziet toe op het beheer van de eigendommen van dit bureau en op de aan dit bureau toevertrouwde middelen. Gezien deze taakstelling is het instellen van het toezichthoudend orgaan noodzakelijk. De Raad herhaalt hetgeen hij de regering reeds in overweging heeft gegeven in bovengenoemd advies, te weten om concrete stappen te nemen zodat voornoemd toezichtorgaan operationeel wordt. Dit is bovendien noodzakelijk omdat de Directeur BTP in de vergaderingen van de Raad van Toezicht desgevraagd verslag moet doen, onder andere over het door voornoemde Directeur gevoerde beleid, bestuur en beheer (artikel 14, vierde lid van de Landsverordening).
De Raad mist in de Algemene beschouwingen een concrete onderbouwing van de begrotingsposten in het Beleidsdeel Gewone dienst Ontwerpbegroting 2010, met dien verstande dat het niet duidelijk is hoe het verschil ten bedrage van ongeveer NAF. 10 miljoen, tussen de inkomsten en uitgaven, tot stand is gekomen. De gegevens die ontbreken zijn de bedragen ten behoeve van de operationele- en infrastructurele kosten en, in voorkomend geval, de bedragen die zijn gereserveerd voor het reserve- en bestemmingsfonds.
De Raad geeft in overweging in de Algemene beschouwingen de onderbouwing te geven voor het bovengenoemde verschil van NAF. 10 miljoen en de in de ontwerp-begroting opgenomen bedragen te splitsen en toe te delen aan de desbetreffende eilandgebieden. Het voorgaande is eveneens van toepassing op de andere verzelfstandigde organisatorische eenheden.

Ministerie van Economische en Arbeidszaken
De regering bestudeert reeds geruime tijd de mogelijkheden ter verruiming van de markt. Naast een grotere afzetmarkt van de eigen producten kan dit tevens leiden tot een grotere concurrentie op de binnenlandse markt.
Een van de door de regering genomen maatregelen tot verruiming van de markt die in de Algemene beschouwingen behorende bij de Landsverordening tot vaststelling van de begroting van de Nederlandse Antillen voor het dienstjaar 2009 is vermeld, is het doen van een verzoek door de Nederlandse Antillen aan de Caribbean Common Market (CARICOM) om als toehoorder te worden aangemerkt bij de Council for Trade and Economic Development (COTED). De Raad ziet in de Algemene beschouwingen niet terug in welke fase de behandeling van dit verzoek zich thans bevindt.
De Raad geeft in overweging de Algemene beschouwingen op dit punt aan te vullen.
In dit kader is tevens besloten om een vrijhandelsovereenkomst met Aruba aan te gaan, als gevolg waarvan een vervolgtraject gestart wordt om tot een eenvormige landsverordening te komen. Dit zal leiden tot vrijstelling van invoerrechten van goederen van oorsprong (Algemene beschouwingen, pagina 91, tweede en derde tekstblok). De Raad mist in de Algemene beschouwingen de geprognosticeerde inkomstenderving in dat geval voor het land de Nederlandse Antillen en geeft in overweging deze alsnog in de Algemene beschouwingen op te nemen.

Gezien de beperkte beleidscapaciteit binnen de Directie Arbeidszaken twijfelt de Raad of de in de Algemene beschouwingen vermelde beleidsprioriteiten (Algemene beschouwingen, pagina 97) gerealiseerd kunnen worden.
De Raad geeft in overweging in de Algemene beschouwingen de meest urgente prioriteiten die gerealiseerd zullen worden, te benadrukken.

Ingevolge artikel 25 van het Besluit tijdelijk financieel toezicht BES (P.B. 2007, no. 100) en de artikelen 23 en 24 van het Besluit tijdelijk financieel toezicht Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten (P.B. 2008, no. 90) heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek van de Nederlandse Antillen (het CBS) belangrijke taken toegewezen gekregen. Het CBS heeft in het kader van het financieel toezicht een rapportageplicht en een adviesfunctie. Hoewel de nieuwe taken structureel beslag zullen leggen op de capaciteit van het CBS stelt de Raad vast, dat deze taken alsook de (financiële) implicaties daarvan, niet voorkomen in de Algemene beschouwingen.
De Raad geeft in overweging de Algemene beschouwingen op dit punt aan te vullen.

Ministerie van Onderwijs en Cultuur
Uit de Algemene beschouwingen blijkt dat met betrekking tot onderwijs, sport en cultuur geen nieuw beleid wordt ontwikkeld voor het dienstjaar 2010, dit vanwege de aanstaande ontmanteling van het land de Nederlandse Antillen en de opbouw van de nieuwe entiteiten. Wat het onderwijs aangaat zal het beleid, zoals vastgelegd in het Deltaplan, te weten concentratie van gefinancierde innovatie-projecten, worden afgebouwd.
Aangezien de Raad in de veronderstelling verkeert dat er een gefaseerde overdracht zal plaatsvinden naar alle eilandgebieden en dat met alle eilandgebieden samengewerkt zal worden, geeft de Raad in overweging in de Algemene beschouwingen aan te geven om welke reden op de kapitaaldienst alleen ten behoeve van het eilandgebied Curaçao begrotingsposten zijn opgenomen.

Ministerie van Volksgezondheid en Sociale Ontwikkeling
In de Algemene beschouwingen worden de doelstellingen van de organisatorische eenheden van het Ministerie van Volksgezondheid en Sociale Ontwikkeling in voldoende mate beschreven. Het onderdeel “Sociale Ontwikkeling” bevat een goede onderbouwing met projecten en meetpunten, evenals het onderdeel “Inspectie voor de Volksgezondheid”.

De Raad geeft in overweging in de Algemene beschouwingen aan te geven om welke reden de Sociale Verzekeringsbank en het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten - bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Landsverordening algemene verzekering ziektekosten (P.B. 1996, no. 211) - niet meer als organisatorische eenheden van een ministerie worden aangemerkt. In de begroting voor het dienstjaar 2009 waren zij nog organisatorische eenheden van het Ministerie van Volksgezondheid en Sociale Ontwikkeling.

Ministerie van Financiën
In de afgelopen periode is er in het kader van de staatkundige vernieuwing veel gebeurd op het terrein van financiën, waaronder de instelling van financieel toezicht op het land de Nederlandse Antillen en de onderscheidene eilandgebieden.
Volgens de Algemene beschouwingen (pagina’s 148 en 49) zal het financiële beleid van de regering mede berusten op regels met betrekking tot corporate governance. Deze zullen nog in 2009 worden geïntroduceerd.
De Raad is verheugd over de intentie van de regering om regels inzake corporate governance te introduceren als één van de pijlers van het financiële beleid. De Raad geeft in overweging de stand van zaken aangaande de implementatie van voornoemde regels in de Algemene beschouwingen te vermelden, aangezien zij ingevolge het Besluit tijdelijk financieel toezicht Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten, reeds ingaande het jaar 2009 in werking hadden moeten treden. De Raad geeft de regering daarbij als punt van aandacht mee, dat wil het beoogde resultaat worden bereikt, de te treffen wettelijke maatregelen per 1 januari 2010 effectief renderend dienen te zijn.

Een andere pijler van het financiële beleid is het treffen van maatregelen om de financiële positie van het Ziektefonds, het Ouderdomsfonds en het Weduwen- en wezenfonds te versterken waardoor ten behoeve van deze fondsen geen beroep behoeft te worden gedaan op de algemene middelen (Nota van Financiën van Financiën, pagina’s 49 en 50).
De Raad constateert dat niet is aangegeven welke maatregelen de regering zal treffen en wanneer deze gerealiseerd zullen worden. De Raad geeft in overweging de te nemen maatregelen in de Algemene beschouwingen te vermelden en aan te geven wanneer deze gerealiseerd moeten worden.
Voor het overige merkt de Raad op dat het Ongevallenfonds, volgens de informatie van de Raad, geen tekort heeft. In de Nota van Financiën wordt dan ook ten onrechte gesuggereerd dat dit fonds een tekort vertoont (Nota van Financiën, pagina 49, laatste tekstblok).

Een positieve ontwikkeling vindt de Raad het feit dat de regering in het jaar 2009 voor het eerst een begrotingsrapportage zal opstellen ten behoeve van de Staten. Omdat een begrotingsrapportage tussentijds inzicht geeft in de uitvoering van de begroting, zou deze aanleiding kunnen zijn voor de Staten tot bijsturing van de begroting.

Tot slot vraagt de Raad nadrukkelijk de aandacht voor het probleem van de onderdekking van het Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen. In de Algemene beschouwingen (pagina’s 186 en 187) staat dat het hersteltraject, dat noodzakelijk is om de pensioenaanspraken te waarborgen, zich enerzijds richt op het vergroten van het vermogen en anderzijds op de afremming van de groei in de verplichtingen. Gezien het belang van dit onderwerp acht de Raad de voorgestelde maatregelen niet steeds voldoende concreet en helder. Het is de Raad bijvoorbeeld niet duidelijk wat wordt bedoeld met de “herinrichting van de buitenlandse portefeuille ter vergroting van het vermogen”, hoe dit concreet wordt ingevuld, welke resultaten hiervan verwacht worden op de dekkingsgraad en op welke termijn. Ook de voorgestelde maatregelen teneinde de groei van de verplichtingen af te remmen vindt de Raad niet voldoende geconcretiseerd of aan een tijdspad gebonden. Deze betreffen onder andere de invoering van de middelloonregeling tezamen met verhoging van de pensioenleeftijd en de introductie van voorwaardelijke indexering. De Raad geeft in overweging ten aanzien van deze maatregelen in de Algemene beschouwingen aan te geven op welke wijze deze gerealiseerd zullen worden en wanneer.
Samengevat is de Raad van oordeel dat de te nemen maatregelen geconcretiseerd moeten worden, de te verwachten resultaten aangegeven dienen te worden en aan een tijdsplanning moeten worden gekoppeld.
De Raad vindt dit onderwerp dermate belangrijk dat hij tevens van oordeel is dat de regering een alternatief plan voorhanden moet hebben, ingeval de te nemen maatregelen niet tot het gewenste resultaat leiden.

De Nota van Financiën
Op pagina 24 van de Nota van Financiën is in tabel 7 onder de post “Vermogensoverdrachten” een bedrag van NAF. 91,2 miljoen opgenomen. In “Tabel 8. Gewone Dienst” op pagina 25 van de Nota van Financiën is onder de post “Niet-Belastingopbrengsten waarvan vermogensoverdrachten rentelasten” een bedrag van NAF. 90,2 miljoen opgenomen. De Raad constateert een verschil van NAF. 1 miljoen tussen de genoemde bedragen.
De Raad vindt genoemd bedrag ook terug op de pagina’s 38 en 56 van de Nota van Financiën.
De Raad geeft de regering in overweging in de Nota van Financiën in deze te corrigeren.

Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard
Zowel het ontwerp als de memorie van toelichting geeft de Raad aanleiding tot het maken van wetstechnische en redactionele opmerkingen. De Raad volstaat hier met het geven van slechts een aantal voorbeelden.

In de laatste regel van de aanhef dient, mede gelet op het bepaalde in artikel 22, tweede lid, van de Staatsregeling, het woord “Landsverordening” te worden vervangen door “landsverordening”.

In de Algemene beschouwingen worden de diverse organisaties met afkortingen aangegeven. De Raad geeft de regering in overweging de betreffende afkortingen bij het eerste gebruik volledig uit te schrijven en daarbij de afkorting te geven dat daarna gebezigd zal worden.

In de Algemene beschouwingen dient op pagina 49, derde tekstblok, de zinsnede “artikel 43a van het Statuut” te worden gewijzigd in artikel 43 van het Statuut.

Op pagina 9 van de Nota van Financiën is het tekstblok dat begint met de woorden “Bij de bepaling” tot en met de woorden “integrated accounts (ESA).” tweemaal opgenomen. De Raad geeft de regering in overweging de herhaling van het betreffende tekstblok die begint op pagina 9 en eindigt op pagina 10 weg te laten.

In de Nota van Financiën dient de zinsnede “duidt aan op” op verschillende plaatsen gewijzigd te worden in: “duidt op”. Zie in dit verband onder andere pagina 29, laatste alinea, pagina 30, laatste alinea, pagina 31, laatste alinea, en pagina 34, tweede alinea, van de Nota van Financiën.

De Raad heeft voor het overige geen opmerkingen.

Concluderend geeft de Raad de regering in overweging de onderhavige ontwerp-landsverordening bij de Staten in te dienen, nadat met vorenstaande opmerkingen rekening zal zijn gehouden.


Willemstad, 19 augustus 2009


de Ondervoorzitter, de Secretaris,

 


______________________ ___________________
Prof. mr. F.B.M. Kunneman mw. mr. C.M. Raphaëla
 

Zoeken in Adviezen

 Datum vanaf:
 Datum tot:

 

LAATST GEPLAATSTE ADVIEZEN

RvA no. 36-16-LV / 10/02/2017
Ontwerplandsverordening tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (ontbinding rechtspersonen door de Kamer van Koophandel)
(zaaknummer 2016/007723)

Lees meer >>

RvA no. 28-16-LB / 10/02/2017
Ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 13, derde lid, van de Landsverordening financieel beheer (Landsbesluit subsidie)
(zaaknummer 2015/051641)

Lees meer >>