Home > Adviezen > RvA no. RA/027-07

RvA no. RA/027-07
03/12/2007

Ontwerp-Iandsverordening tot wIJziging van de Landsverordening Sociale
Verzekeringsbank (DWJ'07/20a, 71611RNA, LV/012-07)

Met verwijzing naar uw verzoek d.d. 27 juni 2007 om het oordeel van de Raad
van Advies inzake bovengenoemd onderwerp en de beraadslaging hierover in
de vergadering van de Raad van Advies van 3 december 2007, bericht de
Raad u als volgt.


Aan de orde is de ontwerp-Iandsverordening tot wIJziging van de Landsverordening
Sociale Verzekeringsbank. Deze ontwerp-Iandsverordening strekt
ertoe om de directeur van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de bevoegdheid
te geven een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) aan te gaan met een of
meer werknemersverenigingen. De collectieve arbeidsvoorwaardenvorming
wordt uit kracht van de onderhavige ontwerp-Iandsverordening onder de
werking van de Landsverordening collectieve arbeidsovereenkomst (P.B. 1957,
no. 60) gebracht. Op deze wijze krijgt de directeur van de SVB de bevoegdheid
om ten behoeve van het personeel van de SVB een collectieve arbeidsovereenkomst
aan te gaan in plaats van de arbeidsvoorwaarden in een
arbeidsreglement neer te leggen, hetgeen thans op basis van artikel 9, tweede
lid, van de Landsverordening Sociale Verzekeringsbank (P.B. 1960, no. 154),
geschiedt.


Bestudering van de onderhavige ontwerp-Iandsverordening en de bijbehorende
memorie van toelichting heeft de Raad aanleiding gegeven tot het maken van
de volgende opmerkingen.

Algemeen
Bij het vaststellen van de Landsverordening Sociale Verzekeringsbank, waarbij de SVB in het
leven werd geroepen, werd door de regering nog uitgegaan van het principe dat de regering,
voor wat betreft het personeel van de SVB, invloed wenste uit te oefenen op de arbeidsvoorwaardenvorming
op collectief niveau. Met de onderhavige ontwerp-Iandsverordening geeft de
regering aan dat zij dit principe thans heeft losgelaten.
Handhaving van dit principe is voor de regering ook geen optie meer, aangezien de regering
in januari 2005 de ontwerp-Iandsverordening houdende regels met betrekking tot de structuur
van het overleg inzake aangelegenheden van algemeen belang betreffende de rechtstoestand
van ambtenaren (Landsverordening Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken) (Zitting
2004-2005-2909), aan de Staten heeft aangeboden.
Met bovenaangehaald ontwerp wordt beoogd de ongelijkwaardigheid weg te nemen die nu
nog bestaat tussen de partijen in het overleg op collectief niveau over de arbeidsvoorwaarden
van ambtenaren. Dat moet gebeuren door de realisatie van een open en reêel overleg dat is
gericht op het bereiken van overeenstemming en met als sluitstuk een geschillenregeling.
De Raad wil de regering er op wijzen dat de onderhavige problematiek van belang is voor de
arbeidsverhoudingen bij enkele andere instanties, zoals de Bank van de Nederlandse Antillen,
het Bureau Telecommunicatie & Post, het Bureau Intellectuele Eigendom en het Algemeen
Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen, die eveneens een reglement kennen waarin de
arbeidsvoorwaarden van hun personeel zijn neergelegd. De Raad gaat in verband met het
vorenstaande er van uit dat de regering zich bewust is van de precedentscheppende werking
van de onderhavige ontwerp-Iandsverordening. In dit kader vestigt de Raad de aandacht van
de regering ook op de omstandigheid dat ingevolge artikel 17, vierde lid, van de
Landsloterijverordening (P.B. 1965, no. 122) het personeel van de Landsloterij, met
uitzondering van de directeur en onderdirecteur, een bezoldiging geniet gelijk aan die, welke
voor het personeel van gelijke of gelijksoortige rang in dienst is van de Nederlandse Antillen of
naderhand zal worden bepaald. Ingevolge artikel 18 van laatstgenoemde landsverordening
zijn de voor ambtenaren geldende rechtspositionele regelingen in beginsel van toepassing op
het personeel van de Landsloterij.
De Raad geeft de regering in overweging voor wat betreft de arbeidsvoorwaardenvorming van
het personeel van semi-overheidsinstellingen, een integraal beleid te voeren.


In het geval van de SVB wil de Raad opmerken dat ervoor gewaakt moet worden dat de
liquiditeitspositie van de Bank in gevaar komt vanwege het te voeren beleid met betrekking tot
de arbeidsvoorwaardenvorming bij de Bank. Het te voeren beleid mag evenmin aanleiding
geven om het sociale premiestelsel ter discussie te stellen, dan wel om aanpassing hiervan te
overwegen. In dat verband wil de Raad er op wijzen dat het voorgestelde tweede lid van
artikel 9 duidelijk bepaalt dat de Raad van Toezicht en Advies van de Bank zijn goedkeuring
zal moeten hechten aan de af te sluiten CAO. De Raad concludeert dat hiermee de Raad van
Toezicht en Advies van de Bank een verantwoordelijke arbeidsvoorwaardenvorming bij de
Bank zal moeten waarborgen. De Raad is van mening dat deze waarborgfunctie te vaag is.
Indien de regering van mening is dat met deze waarborgfunctie een geschillenregeling bij de
SVB in het leven wordt geroepen, dan wil de Raad opmerken dat een geschillenregeling in
deze vorm onvoldoende is. Het komt de Raad voor dat, voordat de onderhandelingen voor
een CAO plaatsvinden, er een normering door de Raad van Toezicht en Advies van de Bank
vastgesteld dient te worden op basis waarvan deze onderhandelingen plaats kunnen vinden.
Een andere mogelijkheid is volgens de Raad dat er tussen de Bank en de regering een
protocol wordt getekend waarin normering van het loonsomniveau wordt vastgesteld zodat de stijging van de loonsom als resultaat van de CAO-onderhandelingen niet hoeft te leiden tot
verhoging van de premies.
De Raad vindt dat om de ontwikkeling van de sociale zekerheidsuitgaven te bewaken het
noodzakelijk is om een mechanisme te ontwikkelen dat tijdig ongewenste ontwikkelingen
signaleert. Op deze wijze wordt het mogelijk om maatregelen te treffen die deze
ontwikkelingen kunnen voorkomen dan wel ongedaan maken.
In Nederland is dit mechanisme vastgelegd in de regels van budgetdiscipline. Dit proces is in
de jaren tachtig van de vorige eeuw ontwikkeld voor de rijksbegroting, de sociale zekerheid en
de gezondheidszorg. Het doel van de regels van budgetdiscipline is om de uitgavenontwikkeling
op een meerjarige basis te normeren en om een proces om tot beheersing van
deze uitgaven te komen, vast te leggen.
De Raad geeft de regering in overweging om een strakke begrotingsdiscipline toe te passen
zodat de ontwikkeling van de sociale zekerheidsuitgaven op een beheerste wijze plaatsvindt.


Wetstechnische en overige inhoudelijke opmerkingen


Zowel het ontwerp als de memorie van toelichting geven de Raad aanleiding tot het maken
van wetstechnische en inhoudelijke opmerkingen.


In het ontwerp wordt de vindplaats van de daarin vermelde landsverordeningen weggelaten,
terwijl in de memorie van toelichting deze wel vermeld wordt. De Raad beveelt aan om in
deze consequent te handelen.


Het ontwerp


Het woord "heeft" in de aanhef dient met een hoofdletter geschreven te worden.


De aanhef van artikel I dient als volgt te luiden:
Artikel 9, tweede lid, van de Landsverordening Sociale Verzekeringsbank komt te luiden:


Het zinsdeel tot en met de woorden "is aangegaan" waarmee de tekst van artikel 11 aanvangt,
dient vervangen te worden door het volgende zinsdeel: Indien op de dag van inwerkingtreding
van deze landsverordening, inzake de arbeidsvoorwaarden van het personeel van de Bank
geen collectieve arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 4 van de Landsverordening
collectieve arbeidsovereenkomst is aangegaan.


Bij de redactie van de inwerkingtredingsbepaling dient de redactie van artikel 23 van de
Staatsregeling van de Nederlandse Antillen te worden aangehouden.
Artikel 111 dient volgens de Raad om voormelde reden als volgt te luiden:
Deze landsverordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de uitgifte van het
Publicatieblad, waarin de afkondiging is geschied.


De memorie van toelichting


In het opschrift dienen de woorden "van de" geschrapt te worden en dient de rest van het
opschrift aan te sluiten.


In de vierde regel van de "Inleiding" dient het woord "Landsverordening" vervangen te worden door: ontwerp-Iandsverordening.



In de artikelsgewijze toelichting op artikel I komt het woord "collectieve arbeidsovereenkomst"
tweemaal voor. Aangezien dit woord eerder in de tekst reeds is aangehaald als "CAO", dient
hier in beide gevallen het woord "CAO" gebruikt te worden.


De Raad stelt voor om in de laatste volzin van de artikelsgewijze toelichting op artikel I "het
sociale premiestelsel" te vervangen door: het premiestelsel geregeld in een landsverordening
waarmee de SVB ingevolge artikel 2 van de Landsverordening Sociale Verzekeringsbank met
de uitvoering is belast.


In de tweede regel van de artikelsgewijze toelichting op artikel 11 dient het woord
"Landsverordening" met een kleine letter geschreven te worden.


Aan het eind van de artikelsgewijze toelichting dient zowel voor "Minister van
Volksgezondheid en Sociale Ontwikkeling" als vóór "Minister van Financiën" het woord "De"
geplaatst te worden.


Tot slot wil de Raad opmerken dat op grond van artikel 3 van het Landsbesluit versterking
budgetdiscipline Land (P.B. 2001, no. 40) een financiële paragraaf dient te worden ingevoegd.


Overigens kan de Raad zich met de inhoud en doelstelling van de onderhavige ontwerplandsverordening
en de memorie van toelichting verenigen en geeft de Raad de regering in
overweging de ontwerp-Iandsverordening bij de Staten in te dienen, nadat met vorenstaande
opmerkingen rekening zal zijn gehouden.


Willemstad,

Zoeken in Adviezen

 Datum vanaf:
 Datum tot:

 

LAATST GEPLAATSTE ADVIEZEN

RvA no. 36-16-LV / 10/02/2017
Ontwerplandsverordening tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (ontbinding rechtspersonen door de Kamer van Koophandel)
(zaaknummer 2016/007723)

Lees meer >>

RvA no. 28-16-LB / 10/02/2017
Ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 13, derde lid, van de Landsverordening financieel beheer (Landsbesluit subsidie)
(zaaknummer 2015/051641)

Lees meer >>