Home > Adviezen > RvA no. RA/013-07

RvA no. RA/013-07
12/07/2007

Ontwerp-Iandsverordening tot wlJzlgmg van de Algemene landsverordening
Landsbelastingen (P.S. 2001, no. 89) en de daarbij behorende memorie van
toelichting (DWJ'06/752, 6047/RNA, RvA no. LV/05-07).

Met verwijzing naar uw adviesverzoek d.d. 15 februari 2007 om het oordeel
van de Raad van Advies inzake bovengenoemd onderwerp en de behandeling
ervan in de gewone vergadering van de Raad van Advies op maandag 18 juni
2007 bericht de Raad u als volgt.


Aan de orde is de ontwerp-Iandsverordening tot wijziging van de Algemene
landsverordening Landsbelastingen (P.B. 2001, no. 89) en de daarbij
behorende memorie van toelichting.
De onderhavige ontwerp-Iandsverordening strekt er toe regels met betrekking
tot de notificatie van stukken in de Algemene landsverordening
Landsbelastingen (P.S. 2001, no. 89) (ALL) op te nemen. Tevens beoogt de
onderhavige ontwerp-Iandsverordening de spaarvermogensheffing, bedoeld in
de Landsverordening spaarvermogensheffing (P.S. 2006, no. 50), in de ALL op
te nemen.


Algemeen
De Raad heeft uit de aangeboden stukken kunnen opmaken, dat de regering
het onderhavige ontwerp aan diverse instanties voor advies heeft aangeboden.
De Raad heeft die adviezen niet mogen ontvangen. Het komt vaak voor dat bij
het aanhangig maken van adviesverzoeken, de adviezen van de instanties die
daartoe benaderd worden, niet aan de Raad aangeboden worden. De Raad
vindt het echter in het belang van het adviesproces, dat de Raad steeds in de
gelegenheid wordt gesteld, om de relevante adviezen in zijn beraadslaging te
kunnen betrekken. De Raad zal als laatste adviesinstantie pas advies kunnen
uitbrengen, nadat de regering alle adviezen over een onderwerp heeft
ingewonnen en de relevante adviezen aan de Raad ter beschikking gesteld
heeft. De Raad geeft de regering dan ook in overweging het daartoe te
geleiden dat de Raad al bij het aanhangig maken van een adviesverzoek de
beschikking krijgt over de relevante adviezen.

Bestudering van de ontwerp-Iandsverordening en de bijbehorende memorie van
toelichting heeft de Raad aanleiding gegeven tot de volgende opmerkingen.


De considerans
In de considerans is opgenomen, dat de onderhavige regeling regels stelt in het kader
van het verlenen van wederzijdse bijstand bij de heffing en invordering van
belastingen. Echter, in artikel I, aanhef, onderdeel B, wordt gesteld dat de notificatie
van stukken betrekking heeft op de heffing van belastingen.
Bij het lezen van de memorie van toelichting (pagina 1, 2e alinea van hoofdstuk 1.
Algemeen) kan worden opgemaakt, dat de aanleiding voor deze regeling gelegen is in
het verdrag dat het Land de Nederlandse Antillen in de toekomst gaat sluiten met o.a.
Spanje. Dat verdrag heeft volgens de memorie van toelichting betrekking op wetgeving
betreffende heffing en invordering van belastingen. De Raad constateert dat er een
discrepantie is tussen de genoemde bepaling en datgene wat de landen met het
verdrag beogen te regelen. De Raad geeft de regering dan ook in overweging dit punt
nogmaals te bekijken en de regeling in overeenstemming te brengen met het doel van
het genoemde verdrag.


In de considerans is tevens opgenomen, dat artikel 2a, tweede lid, van de
Eilandenregeling Nederlandse Antillen (ERNA) in acht is genomen. In artikel 2a,
tweede lid, van de ERNA wordt gesteld, dat in gevallen als de onderhavige een
landsverordening niet door de Gouverneur wordt vastgesteld dan nadat daarvoor
overleg is gepleegd met de bestuurscolleges van de eilandgebieden. De Raad kan uit
de eerder genoemde stukken opmaken, dat de eilandgebieden en de relevante
instanties zijn benaderd voor een advies met betrekking tot het onderhavige ontwerp.
De Raad heeft uit informatie verkregen van de Directie Wetgeving en Juridische Zaken
kunnen opmaken, dat de eilandgebieden nog niet op het betrokken verzoek
gereageerd hebben en dat de regering op korte termijn een rappel brief naar de
eilandgebieden zou sturen. Voor de Raad is niet duidelijk of de betrokken brief
verstuurd is.


Budgettaire gevolgen
In de eerste regel van hoofdstuk 2. Budgettaire gevolgen, op pagina 2, van de
memorie van toelichting, wordt gesteld dat aan de onderhavige ontwerplandsverordening
geen financiële gevolgen zijn verbonden. In de laatste regel van
genoemd hoofdstuk is opgenomen, dat met de verzendingskosten geen extra kosten
gemoeid zijn dan de reeds opgenomen kosten in de begroting. De Raad is van oordeel
dat het een en ander nader toegelicht moet worden in de memorie van toelichting. In
de memorie van toelichting zal gespecificeerd moeten worden met welke categorie
uitvoeringskosten de overheid te maken zal krijgen en welk bedrag op de begroting
hiervoor is opgenomen.


Tekstuele opmerkingen
In artikel I, aanhef, onderdeel A, onder k., is opgenomen het woord "spaarvermogen".
Dit woord zal gewijzigd moeten worden in "spaarvermogensheffing". De bedoeling van
de Landsverordening spaarvermogensheffing (P.B. 2006, no. 50) is, onder de naam
"spaarvermogensheffing", een belasting op spaarvermogen, middels een heffing aan
de bron te introduceren.

Het woord "ommissie" in de laatste alinea van de toelichting op Artikel I, onder
hoofdstuk 3. Artikelsgewijze toelichting, op pagina 2 van de memorie van toelichting,
zal gewijzigd moeten worden in "omissie".


De Raad kan zich overigens met de ontwerp-Iandsverordening en de bijbehorende
memorie van toelichting verenigen en geeft de regering in overweging de ontwerplandsverordening
bij de Staten in te dienen, nadat met vorenstaande opmerkingen
rekening zal zijn gehouden.


Willemstad, 12 juli 2007

Zoeken in Adviezen

 Datum vanaf:
 Datum tot:

 

LAATST GEPLAATSTE ADVIEZEN

RvA no. 36-16-LV / 10/02/2017
Ontwerplandsverordening tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (ontbinding rechtspersonen door de Kamer van Koophandel)
(zaaknummer 2016/007723)

Lees meer >>

RvA no. 28-16-LB / 10/02/2017
Ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 13, derde lid, van de Landsverordening financieel beheer (Landsbesluit subsidie)
(zaaknummer 2015/051641)

Lees meer >>