Home > Adviezen > RvA no. RA/012-07

RvA no. RA/012-07
09/05/2007

Decentralisatie arbeidswetgeving:
1) Ontwerp-Iandsverordening tot wIJziging van de Eilandenregeling
Nederlandse Antillen (P.S. 1951, no. 39)
2) Ontwerp-Iandsverordening tot wijziging van de Arbeidsregeling 2000, de
Arbeidsgeschillenlandsverordening 1946, de Landsverordening
collectieve arbeidsovereenkomst, de Vakantieregeling 1949, de Landsverordening
ter bevordering van de werkgelegenheid voor jeugdige
werkzoekenden en de Landsverordening minimumlonen
(DWJ'061726-3663/RNA, RvA no. LV/04-07).

Met verwijzing naar uw verzoek d.d. 29 december 2006 om het oordeel van de
Raad van Advies inzake bovengenoemd onderwerp en op grond van de
behandeling hiervan in de gewone vergadering van de Raad van Advies op 26
maart 2007, bericht de Raad u als volgt.

Aan de orde zijn de ontwerp-Iandsverordening tot wijziging van de Eilandenregeling
Nederlandse Antillen en de ontwerp-Iandsverordening tot wijziging van
de Arbeidsregeling 2000, de Arbeidsgeschillenlandsverordening 1946, de
Landsverordening collectieve arbeidsovereenkomst, de Vakantieregeling 1949,
de Landsverordening ter bevordering van de werkgelegenheid voor jeugdige
werkzoekenden en de Landsverordening minimumlonen met bijbehorende
Memorie van Toelichting.


De Regering beoogt met wijzigingen in de Eilandenregeling Nederlandse
Antillen (P.S. 1951, no. 39) en de Arbeidsregeling 2000 (P.S. 2000, no. 67), de
Arbeidsgeschillenlandsverordening 1946 (P.B. 1946, no. 119), de Landsverordening
collectieve arbeidsovereenkomst (P.S. 1958, no. 60), de Vakantieregeling
1949 (P.S. 1968, no. 112), de Landsverordening ter bevordering van
de werkgelegenheid voor jeugdige werkzoekenden (P.B.1989, no. 74) en de Landsverordening minimumlonen (P.B. 1972, no. 110), de overdracht van
zoveel mogelijk taken op het gebied van de uitvoering van de arbeidswetgeving aan de
eilandgebieden te realiseren. Deze taken worden thans nog door het Land (de Directie
Arbeidszaken) behartigd. Voorts wordt het tijdstip vastgesteld waarop de wettelijke regelingen
als bovenbedoeld, in werking dienen te treden.


Bestudering van de onderhavige ontwerp-Iandsverordeningen met bijbehorende memories
van toelichting en andere relevante documenten heeft de Raad aanleiding gegeven tot het
plaatsen van de hierna volgende opmerkingen.


Algemeen
Uit de ontvangen documentatie blijkt dat het voorstel tot de wlJzlgmgen van eerder
aangehaalde ontwerp-Iandsverordeningen is aangekondigd in het Transitieakkoord 20062007,
de Regeringsverklaring en het Transitieprogramma 2006-2007. Het voorstel tot deze
wijzigingen hangt tevens samen met verplichtingen op grond van internationale verdragen.
De Raad wil wel opmerken dat hij noch het SER-advies, noch het advies van de Directie
Financiên heeft aangetroffen in de documenten en dat bij het uitbrengen van dit advies hij
deze adviezen nog niet heeft mogen ontvangen. Aangezien het hier gaat om een technische
aanpassing brengt de Raad haar advies uit zonder het SER-advies af te wachten.


Zoals reeds aangegeven beogen de onderhavige regelingen uit doelmatigheidsoverwegingen,
de overdracht van zoveel mogelijk taken op het gebied van de uitvoering van het arbeidsrecht
aan de eilandgebieden te realiseren, i.c. de arbeidsinspectie en het toezicht op de naleving
van de Landsverordening minimumlonen (P.B. 1972, no. 110). Deze taken worden thans
behartigd door de Directie Arbeidszaken.
Voorts wordt het tijdstip vastgesteld waarop de overdracht, als bovenbedoeld, dient te worden
gerealiseerd.


Een verdere overdracht van bevoegdheden vindt haar begrenzing in de omstandigheid dat de
wetgeving op het gebied van de arbeid voor een belangrijk deel voorwerp is van internationale
regelingen, met name verdragen van de Internationale Arbeidsorganisaties en die inzake de
mensenrechten.
Verder dient verwezen te worden naar artikel 6, onder 2° (en niet zoals in de memorie van
toelichting vermeld "tweede lid"), van de Samenwerkingsregeling Nederlandse Antillen en
Aruba, volgens welke de arbeidswetgeving, voor zover deze verband houdt met de voor beide
landen geldende internationale verplichtingen, een aangelegenheid is die zoveel mogelijk op
overeenkomstige wijze geregeld dient te worden.
De kernvraag is hier in hoeverre de overdracht van taken op het gebied van de uitvoering van
het arbeidsrecht aan de eilandgebieden toegestaan is.


Voor de Nederlandse Antillen heeft sinds 15 september 1952 gelding het Verdrag betreffende
de arbeidsinspectie in de industrie en de handel, zijnde het Verdrag no 81, zoals aangenomen
door de Internationale Arbeidsconferentie in haar 30ste zitting. Artikel 4 van het Verdrag
bepaalt dat de arbeidsinspectie - voor zover zulks met de administratieve praktijk van het Lid
te verenigen is- onder toezicht en controle van een centrale autoriteit moet staan.
Bij raadpleging van de ILO is het de Raad gebleken dat volgens de senior specialist van de
ILO Caribbean Office, mevr. Jankanish, decentralisatie van de taken van de Arbeidsinspectie
onder bepaalde voorwaarden zeer wel mogelijk is, mits een centrale autoriteit belast blijft met
het toezicht en het monitoren van de activiteiten van de eilandelijke organen door middel van periodieke rapportages, zulks conform artikel 19 van het Verdrag no. 81. Het eerste lid van
artikel 19 bepaalt namelijk dat de inspecteurs van de arbeid of de plaatselijke inspectiebureaus,
al naar gelang het geval zich voordoet, gehouden zullen zijn om periodieke
verslagen van algemene aard omtrent de resultaten van hun werkzaamheden aan de
bevoegde centrale arbeidsinspectie-autoriteit voor te leggen.


De Raad van Advies heeft indertijd in zijn advies d.d. 29 november 2002, RvA no. RA/039-02
en van 1 december 2004, RvA no. DIV/037-04, voorgesteld in de ontwerp-Iandsverordening
de nodige voorwaarden/waarborgen op te nemen die de nodige garanties zullen moeten
bieden voor het door het verdrag gewenste (minimale) toezicht en controle door een centrale
autoriteit. De Raad heeft toen voorgesteld in de regeling een expliciete bepaling op te nemen
waaruit blijkt dat de Minister de centrale autoriteit is, met bevoegdheid tot toezicht en controle
op de uitvoering en dat de rapportageplicht bij het Land de Nederlandse
Antillen blijft. Verder diende geregeld te worden op welke wijze de voor de rapportage
noodzakelijk geachte informatie van de eilandgebieden verkregen kon worden.


De Raad constateert dat in het thans aan de Raad aangeboden ontwerp, aangegeven onder 2
op pagina 1 van dit advies, rekening is gehouden met bovenstaande opmerking en dat de
voorwaardenIwaarborgen in dit ontwerp opgenomen zijn in de artikelen VIII en IX. Er dient
immers in het oog te worden gehouden dat het Land de Nederlandse Antillen nog niet is
opgehouden te bestaan en dat deze nog steeds aangesproken kan worden, indien zij geen
info c.q rapportage van de eilandgebieden ontvangt ter voldoening aan zijn rapportageplicht.


In het advies van de Raad indertijd d.d. 1 december 2004, RvA no. DIV/037-04 ter zake de
overdracht van de taken van m.n. de arbeidsinspectie aan de eilandgebieden, heeft de Raad
voorts o.a. gewezen op de Landsverordening tot wijziging van de ERNA (P.S. 1998, no. 48),
waarbij een derde lid aan artikel 58 werd toegevoegd, teneinde te voorkomen dat het Land
door nalatigheid van een eilandgebied niet aan haar verdragsverplichtingen kan voldoen. In
de ontwerp-Iandsverordening tot wijziging van de ERNA, welke thans aan de Raad is
aangeboden, wordt dit artikellid nogmaals gewijzigd, waardoor het Land deze bevoegdheid
ook krijgt voor wat betreft het arbeidsrecht.


De Raad wil hierbij opmerken dat hij zijn standpunt welke indertijd in de twee bovengenoemde
adviezen zijn verwoord, handhaaft.


Wetstechnische opmerkingen


Verder meent de Raad enkele wetstechnische opmerkingen te moeten maken, waarbij zij de
Regering in overweging geeft om de onderhavige ontwerpen v.w.b. het wetstechnische
aspect, verder kritisch te laten doornemen.


Ad 1. Ontwerp-Iandsverordening tot wijziging van de Eilandenregeling Nederlandse Antillen
(P.S. 1951, no. 39)


Het opschrift en de considerans
In beide onderdelen is verzuimd de vindplaats van de landsverordening te vermelden.

De aanhef
In de aanhef van de ontwerp-Iandsverordening moet na "DE GOUVERNEUR van de
Nederlandse Antillen" een komma gevoegd te worden.
Voorts moet vóór "de Raad van Advies gehoord," ook een komma gevoegd te worden.


Ad 2. Ontwerp-Iandsverordening tot wijziging van de Arbeidsregeling 2000, de Arbeidsgeschillenlandsverordening
1946, de Landsverordening collectieve arbeidsovereenkomst, de
Vakantieregeling 1949, de Landsverordening ter bevordering van de werkgelegenheid voor
jeugdige werkzoekenden en de Landsverordening minimumlonen


Het opschrift
Zowel in het opschrift als in het lichaam van het ontwerp dienen de vindplaatsen van de
betreffende regelingen opgenomen te worden.


De Raad kan zich overigens met de ontwerp-Iandsverordeningen en de memories van
toelichting verenigen en geeft de Regering in overweging de ontwerp-Iandsverordeningen bij
de Staten in te dienen, nadat met vorenstaande opmerkingen rekening zal zijn gehouden.


Willemstad, 9 mei 2007

Zoeken in Adviezen

 Datum vanaf:
 Datum tot:

 

LAATST GEPLAATSTE ADVIEZEN

RvA no. 36-16-LV / 10/02/2017
Ontwerplandsverordening tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (ontbinding rechtspersonen door de Kamer van Koophandel)
(zaaknummer 2016/007723)

Lees meer >>

RvA no. 28-16-LB / 10/02/2017
Ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 13, derde lid, van de Landsverordening financieel beheer (Landsbesluit subsidie)
(zaaknummer 2015/051641)

Lees meer >>