Adviezen
RvA no. RA/17-25-LB: Ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, strekkende tot wijziging van het Landsbesluit uitvoering luchtvaartveiligheidsheffing
Ontvangstdatum: 31/10/2025
Publicatie datum: 29/04/2026
(zaaknummer 2024/031066)
Ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, strekkende tot wijziging van het Landsbesluit uitvoering luchtvaartveiligheidsheffing
(zaaknummer 2024/031066)
Advies: Met verwijzing naar uw adviesverzoek d.d. 30 oktober 2025 om het oordeel van de Raad van Advies inzake bovengenoemd onderwerp en naar aanleiding van de behandeling hiervan op 1 december 2025, bericht de Raad u als volgt.
I. Algemeen
Overgangsrecht
a. Wettelijke procedure vóór praktijkprocedure
In paragraaf 1 ‘Algemeen’ van de nota van toelichting behorende bij het ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, (hierna: ‘de nota van toelichting’ respectievelijk ‘het ontwerp’) wordt aangegeven dat gebleken is dat er enkele kleine aanpassingen nodig zijn in het Landsbesluit uitvoering luchtvaartveiligheidsheffing (hierna: het Landsbesluit). Het één en ander omdat de administratieve procedures anders niet in overeenstemming zijn met de praktijk. Uit artikel II van het ontwerp en de toelichting daarop volgt dat de via het ontwerp aangepaste procedure en methodiek al sinds 1 januari 2024 wordt gehanteerd en dat om die reden aan de formalisering hiervan in het ontwerp terugwerkende kracht moet worden verleend.
Volgens het eerste lid van aanwijzing 126 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (hierna: de Awr) wordt aan een regeling slechts terugwerkende kracht verleend indien daarvoor een bijzondere reden bestaat. De Raad is in elk geval van oordeel dat het aanpassen van een wettelijke procedure als gevolg van de aanpassing van administratieve praktijkprocedures geen bijzondere reden is. Volgens de Raad dient de wettelijke regeling eerst aangepast te worden vóórdat een aanvang gemaakt kan worden met de toepassing van nieuwe administratieve procedures en methodiek. Hiervoor heeft de regering immers meer dan anderhalve jaar de tijd gehad.
De Raad vraagt wederom aandacht hiervoor.
b. De gevolgen
Uit het vijfde lid van het nieuw voorgestelde artikel 10 van het Landsbesluit (artikel I, onderdeel F, van het ontwerp) volgt een maandelijkse rapportageplicht van de Curaçao Airport Partners N.V. (hierna: de CAP) (als de instelling bedoeld in het tweede lid van artikel 2 van de Landsverordening luchtvaartveiligheidsheffing) aan de Curaçaose Burgerluchtvaart Autoriteit (hierna: de CBA) over de te factureren heffingen.
Gezien het feit dat ingevolge artikel II van het ontwerp terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2024 zal worden verleend, rijst de vraag of de CAP sinds die datum ook voldaan heeft aan bovenbedoelde wettelijke rapportageplicht. Het één en ander is niet gebleken uit de nota van toelichting.
De Raad adviseert de regering om in de nota van toelichting in te gaan op het bovenstaande en zonodig artikel II van het ontwerp aan te passen.
c. Sanctionering voor niet-voldoening aan de rapportageplicht
Het is opgevallen dat ten aanzien van de rapportageplicht, neergelegd in het vijfde lid van het voorgestelde artikel 10 van het Landsbesluit (artikel I, onderdeel F, van het ontwerp), geen sanctie wordt gesteld indien de CAP niet voldoet aan deze opgelegde verplichting. De Raad is van oordeel dat handhaving van deze plicht (al dan niet) langs de bestuursrechtelijke weg op zijn plaats zou zijn. Hiervoor dient – gezien aanwijzing 17, eerste lid, onderdeel e, van de Awr – de Landsverordening luchtvaartveiligheidsheffing aangepast te worden aangezien daarin geen bestuursrechtelijke handhaving wordt geregeld.
Zelfs als de regering van mening zou zijn dat geen bestuursrechtelijke handhaving in de Landsverordening luchtvaartveiligheidsheffing moet worden opgenomen en dat alleen de strafrechtelijke handhaving voldoende is, dient artikel 10 van die landsverordening aangepast te worden teneinde het niet voldoen aan de rapportageplicht strafrechtelijk te kunnen sanctioneren. Ten overvloede wijst de Raad de regering erop dat de wijziging van het Landsbesluit, teneinde de niet-voldoening aan de rapportageplicht te sanctioneren, pas kan geschieden als de Landsverordening luchtvaartveiligheidsheffing op dit punt gewijzigd is.
De Raad vraagt aandacht hiervoor.
II. Inhoudelijke opmerkingen ten aanzien van het ontwerp
1. De inhoud van de rapportages
In het vijfde lid van het voorgestelde artikel 10 van het Landsbesluit (artikel I, onderdeel F, van het ontwerp) wordt de rapportageplicht van de CAP aan de CBA geregeld. Het is niet duidelijk wat de inhoud van deze rapportages moet zijn. Duidelijk gemaakt moet worden of daarin bijvoorbeeld alleen de luchtvaartveiligheidsheffing of ook de administratiekosten al dan niet per luchtvaartmaatschappij of vervoerder moet worden aangegeven. Volgens de Raad dient overwogen te worden om een nadere specificering van de onderwerpen waarover gerapporteerd moet worden in het voorgestelde artikel 10 van het Landsbesluit op te nemen.
De Raad adviseert de regering om artikel I, onderdeel F, van het ontwerp aan te passen.
2. Het storten van de administratiekosten
Volgens het zesde lid van het voorgestelde artikel 10 van het Landsbesluit (artikel I, onderdeel F van het ontwerp) stort de CAP het cumulatieve bedrag van de geïnde luchtvaartveiligheidsheffingen per kwartaal en na afloop van elk kwartaal op de bankrekening die door de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning wordt aangewezen. Het is niet duidelijk aan het einde van welke kwartaal de administratiekosten verrekend mogen worden.
De Raad adviseert de regering om artikel I, onderdeel F, van het ontwerp te verduidelijken.
3. Verrekening op jaarlijkse basis
Uit het zevende lid van het voorgestelde artikel 10 van het Landsbesluit (artikel I, onderdeel F, van het ontwerp) volgt dat de administratiekosten in verband met het innen van het bedrag van de luchtvaarveiligheidsheffing betaald worden uit het geïnde bedrag van de luchtvaartveiligheidsheffing. In de toelichting op het zevende lid van artikel 10 van het Landsbesluit wordt aangegeven dat de administratiekosten op jaarlijkse basis worden verrekend. De Raad is van oordeel dat duidelijk uit het ontwerp, en niet slechts uit de nota van toelichting, dient te blijken dat de administratiekosten op jaarlijkse basis worden verrekend.[1]
De Raad adviseert de regering om artikel I, onderdeel F, van het ontwerp aan te passen.
III. Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard
Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard zijn in een bijlage bij dit advies opgenomen en worden geacht hiervan integraal onderdeel uit te maken.
De Raad van Advies heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerp en adviseert de regering daarmee rekening te houden voordat een besluit genomen wordt.
Willemstad, 2 december 2025
de Ondervoorzitter, de Secretaris,
____________________ ______________________
mevr. mr. L. M. Dindial mevr. mr. C. M. Raphaëla
Bijlage behorende bij het advies van de Raad van Advies, RvA no. RA/17-25-LB
Zowel het ontwerp als de nota van toelichting heeft wetstechnische en redactionele onvolkomenheden. De Raad noemt de volgende voorbeelden.
1. Het ontwerp
Artikel I, onderdeel E
Voorgesteld wordt om de zinsnede ‘, eerste lid,’ te schrappen aangezien artikel 7 van het Landsbesluit niet onderverdeeld is in artikelleden.
2. De nota van toelichting
a. Pagina 1
Voorgesteld wordt om:
- in de voorlaatste zin van paragraaf 2 ‘Financiële paragraaf’ het woord ‘overgeblevene’ te vervangen door ‘overgebleven’;
- in de laatste zin van paragraaf 2 ‘Financiële paragraaf’ de zinsnede ‘ontleend uit’ te vervangen door ‘ontleend aan’.
b. Pagina 2
Voorgesteld wordt om:
- in de laatste zin van het eerste tekstblok de zinsnede ‘, eerste lid,’ te schrappen aangezien artikel 7 van het Landsbesluit niet onderverdeeld is in artikelleden;
- in de voorlaatste zin van het laatste tekstblok ‘luchtvaartveiligheidshefingen’ te vervangen door ‘geïnde luchtvaartveiligheidsheffingen’.
__________________________
[1] Zie in dit verband ook aanwijzing 158 van de Awr.
