no Download PDF Print

Adviezen

RvA no. RA/23-13-LV

Uitgebracht op : 15/10/2013
Publicatie datum: 20/12/2013

Ontwerplandsverordening houdende wijziging van de Landsverordening toelating en uitzetting en de Eilandsverordening leges, precariorechten en retributies Curaçao 1992 (zaaknummers 2013/031868 en 2013/041413)

Ontwerplandsverordening houdende wijziging van de Landsverordening toelating en uitzetting en de Eilandsverordening leges, precariorechten en retributies Curaçao 1992 
(zaaknummers 2013/031868 en 2013/041413)

Advies: Met verwijzing naar uw adviesverzoek d.d. 27 augustus 2013 om het oordeel van de Raad van Advies inzake bovengenoemd onderwerp en de behandeling hiervan in de vergadering van de Raad van Advies d.d. 7 oktober 2013, bericht de Raad u als volgt.

Bestudering van het onderhavige ontwerp en de bijbehorende memorie van toelichting alsmede de overige bij het adviesverzoek gevoegde stukken geeft de Raad aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen.

I. Inhoudelijke opmerkingen m.b.t. het ontwerp

1. Delegatie van regelgevende bevoegdheid
Ten behoeve van de rechtszekerheid en een evenwichtige aanpassing kan volgens de toelichting op artikel II, onderdeel A, van het ontwerp de aanpassing van de tarieven van leges en retributies niet eerder dan vijf jaar na de laatste wijziging plaatsvinden. De Raad is van mening dat in de memorie van toelichting onvoldoende is toegelicht om welke reden de regering een termijn in de wet wil opnemen en waarom voor een periode van vijf jaren is gekozen. Gezien het oogmerk van de regering om met de vastgestelde tarieven de actuele kosten van productie te dekken is de Raad van oordeel dat een termijn van vijf jaren te lang lijkt.
De Raad adviseert de regering om artikel II, onderdeel A van het ontwerp en de memorie van toelichting aan te passen met inachtneming van het bovenstaande.

2. Afwijking van een algemene landsverordening
In artikel II, onderdeel B van het ontwerp wordt in het voorgestelde artikel
32a, derde lid van de Eilandsverordening leges, precariorechten en retributies Curaçao 1992 (de Legesverordening) bepaald dat als beschikkingsdatum wordt beschouwd de datum van verzending van de mededeling aan de verzoeker dat zijn vergunning gereed ligt voor afgifte. Door deze bijzondere bepaling wordt afgeweken van de algemene regeling met betrekking tot de datum van uitgifte van beschikkingen zoals opgenomen in artikel 16, tweede lid van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). In aanwijzing 37 van de Aanwijzingen voor de regelgeving wordt bepaald dat in bijzondere landsverordeningen alleen wordt afgeweken van algemene verordeningen indien dit noodzakelijk is. Bovendien wordt een afwijking in de memorie van toelichting bij de bijzondere landsverordening gemotiveerd. Naar het oordeel van de Raad blijkt uit de memorie van toelichting onvoldoende wat de noodzaak en motivering is voor deze afwijking.
De Raad is er niet van overtuigd dat de Legesverordening de meest geschikte regeling is om deze bijzondere bepaling in op te nemen en dat de betreffende bepaling in de Landsverordening toelating en uitzetting beter tot zijn recht zal komen.
De Raad adviseert de regering om het ontwerp en de memorie van toelichting met inachtneming van het bovenstaande aan te passen.

3. Wettelijke grondslag heffing leges voor andere verzoeken dan die voor (tijdelijke) verblijfsvergunningen
In artikel 32a van de Legesverordening, zoals voorgesteld in artikel II, onderdeel B van het ontwerp, is een opsomming van diensten opgenomen waarvoor wordt voorgesteld om leges te heffen. De Raad constateert dat er een wettelijke grondslag ontbreekt voor het heffen van leges voor verzoeken die niet zijn te herleiden tot een verzoek voor een vergunning tot tijdelijk verblijf of tot verblijf. Als voorbeeld noemt de Raad het invoeren van leges voor een “niet-van-toepassing verklaring”, zoals voorgesteld in artikel 32a, eerste lid, onderdeel b. De Raad is van oordeel dat eerst een wettelijke grondslag in de Landsverordening toelating en uitzetting gecreëerd dient te worden voordat deze diensten aan de heffing van leges onderworpen kunnen worden.
De Raad verwijst in dit verband ook naar de uitspraak van het Gerecht in Eerste aanleg van Aruba van 30 juni 1993. (noot 1) .
De Raad adviseert de regering het ontwerp en de memorie van toelichting met inachtneming van het bovenstaande aan te passen.

II. Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard

Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard zijn in een bijlage bij dit advies opgenomen en worden geacht hiervan integraal onderdeel uit te maken.

Concluderend geeft de Raad van Advies de regering in overweging de ontwerplandsverordening niet bij de Staten in te dienen dan nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

Willemstad, 15 oktober 2013

de Ondervoorzitter, de Secretaris,

 

___________________________ ____________________
mevr. mr. drs. B. J. Doran-Scoop mevr. mr. C. M. Raphaëla

 

(1) GEA Aruba 30 juni 1993 (E-D Card).

  

Zowel het ontwerp als de memorie van toelichting hebben wetstechnische en redactionele onvolkomenheden. De Raad noemt de volgende voorbeelden.

a. Het ontwerp

1. De aanhef
De Raad adviseert de regering om, conform het bepaalde in artikel 7 van de Bekendmakingsverordening en aanwijzing 86, de zinsnede “DE GOUVERNEUR van Curaçao” te vervangen door “De Gouverneur van Curaçao”.

2. Artikel I, onderdeel C
De Raad constateert dat artikel 26 van de Landsverordening toelating en uitzetting (LTU) per 10 oktober 2010 is komen te vervallen. Volgens de Raad wekt de formulering van de aanhef van het voorgestelde artikel I, onderdeel C van het ontwerp de indruk dat dat artikel 26 van de LTU nog steeds bestaat en dat het thans bij het voorgestelde artikel I, onderdeel C wordt gewijzigd. De Raad meent dat met het ontwerp een nieuw artikel 26 in de LTU wordt ingevoegd.
De Raad adviseert de regering om de aanhef van artikel I, onderdeel C als volgt te doen luiden: Na artikel 25 van de Landsverordening toelating en uitzetting wordt een nieuw artikel 26 ingevoegd luidende:.

3. Artikel II, onderdeel A
In artikel II, onderdeel A wordt gesproken van “per Uitvoeringsorganisatie”. Deze formulering wekt de indruk dat er meerdere uitvoeringsorganisaties zijn die belast zijn met de uitvoering van de in de LTU voorkomende bepalingen. Volgens de Raad is slechts de Toelatingsorganisatie van het Ministerie van Justitie belast met het heffen en innen van leges en retributies ter zake de LTU.
De Raad adviseert de regering om in artikel II, onderdeel A van het ontwerp, de zinsnede “per Uitvoeringsorganisatie” te schrappen.

Delegatie van regelgevende bevoegdheid wordt in de delegerende regeling zo concreet en nauwkeurig mogelijk begrensd . Dit is echter niet het geval in artikel II, onderdeel A. De Raad is van mening dat in genoemd artikel  gespecificeerd moet worden welke tarieven van leges en retributies bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen worden gewijzigd.

4. Artikel II, onderdeel B
In artikel II, onderdeel B wordt voorgesteld om een nieuw paragraaf 6a in de Legesverordening op te nemen. De Raad vraagt de aandacht van de regering voor het volgende:
– In het in deze paragraaf voorkomende artikel 32a, eerste lid, is het de Raad opgevallen dat tussen onderdelen d en e de woorden “eerste verzoek (doel Gezinshereniging) voorkomen. Het is niet duidelijk of dit een onderdeel van de opsomming is.

– In het in deze paragraaf voorkomende artikel 32a, eerste lid, onder d tot en met o, t en u, wordt steeds gebruik gemaakt van hoofdletters. Conform het bepaalde in het eerste lid van aanwijzing 70 wordt het gebruik van hoofdletters zoveel mogelijk beperkt.

5. Artikel III
De Raad adviseert de regering om, conform het bepaalde in aanwijzing 140, in artikel III tussen de woorden “de” en “datum” de zinsnede “dag na de” in te voegen.

6. Het slotformulier
De Raad adviseert de regering om het slotformulier in overeenstemming te brengen met artikel 7 van de Bekendmakingsverordening door de zin “Gegeven te Willemstad, de” te vervangen door “Gegeven te Willemstad,”.

b. De memorie van toelichting

1. Ontwerplandsverordening
In het eerste tekstblok, eerste volzin van de memorie van toelichting, onder “I. Algemene toelichting” dient “ontwerp-landsverordening” te worden vervangen door “ontwerplandsverordening”.

2. Toelatingsorganisatie
De Raad constateert dat in het ontwerp en in de memorie van toelichting gebruik wordt gemaakt van de benaming “Toelatingsorganisatie” en “Toelatingsorganisatie Curaçao”.
De Raad adviseert de regering om de juiste benaming te hanteren en het ontwerp en de memorie van toelichting met inachtneming hiervan aan te passen.

3. Schrijffout
In de tweede volzin van de memorie van toelichting, onder “II. De financiële consequenties van het onderhavige ontwerp” dient het woord “haljaar” te worden vervangen door “halfjaar”.

4. Vindplaats wettelijke regelingen
In het tweede tekstblok, laatste volzin van de memorie van toelichting, onder “II. De financiële consequenties van het onderhavige ontwerp” wordt de Landsverordening arbeid vreemdelingen genoemd.
De Raad adviseert de regering om in een voetnoot de vindplaats van deze landsverordening aan te geven.

5. De afkorting “LTU”
In de eerste alinea van onderdeel “I. Algemene toelichting” is vermeld waarvoor de afkorting “LTU” staat. Daarna dient overal in de memorie van toelichting “Landsverordening toelating en uitzetting” te worden vervangen door “LTU” Zie bijvoorbeeld de derde alinea op de eerste pagina van de memorie van toelichting en de eerste alinea in de toelichting op artikel 32a.

6. Woordgebruik
In de eerste volzin van het derde tekstblok op de derde pagina van de memorie van toelichting dient het woord “is” te worden vervangen door “zijn”. In de tweede volzin dient “(Core en IT Solutions)” te worden vervangen door (Core N.V. en IT Solutions N.V.)”.

7. Artikelsgewijze toelichting
De Raad constateert dat de toelichting op het voorgestelde artikel 32a uit twee gedeelten bestaat, namelijk “Tarief voor “niet van toepassing-verklaring”” en “Tarief voor afschrift van een vergunning”. De Raad adviseert de regering om deze indeling duidelijker te maken door de koppen “Tarief voor “niet van toepassing-verklaring”” en “Tarief voor afschrift van een vergunning” te onderstrepen of te cursiveren.

In het eerste tekstblok, vijfde volzin van de toelichting op artikel 32a dient de zinsnede “artikel 1 LTU” te worden vervangen door “artikel 1 van de LTU”. In de laatste volzin dient achter “artikel 1 onder a, b, c en d” de woorden “van de landsverordening” te worden ingevoegd.

In het tweede tekstblok, derde volzin van de toelichting op artikel 32a dient “Carácas” te worden vervangen door “Caracas”. In de vierde volzin dient de zinsnede “Derden, zoals zero tolerance of inklaringsambtenaren” te worden vervangen door “Opsporingsambtenaren en immigratieambtenaren”. In de zesde volzin dient “bij” te worden vervangen door “in”.

8. Woordgebruik
Op de laatste pagina van de memorie van toelichting, eerste tekstblok, tweede volzin dient “artikel 1, LTU” te worden vervangen door “artikel 1 van de LTU”.
In het laatste tekstblok, eerste volzin van de memorie van toelichting dient “een herprint” te worden vervangen door “het uitdraaien van een afschrift”.