Adviezen
RvA no. RA/27-22-LB: Ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, houdende wijziging van het Landsbesluit identiteitskaarten (Landsbesluit model identiteitskaart Curacao)
Ontvangstdatum: 27/10/2022
Publicatie datum: 26/08/2025
(zaaknummer 2021/020630)
Onderwerp: Ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, houdende wijziging van het Landsbesluit identiteitskaarten (Landsbesluit model identiteitskaart Curaçao)
(zaaknummer 2021/020630)
Advies: Met verwijzing naar uw adviesverzoek d.d. 21 oktober 2022, dat de Raad op 27 oktober 2022 heeft ontvangen, om het oordeel van de Raad van Advies inzake bovengenoemd onderwerp en naar aanleiding van de behandeling hiervan op 16 januari 2023, bericht de Raad u als volgt.
I. Algemeen
1. De afwegingen om een identiteitskaart als reisdocument te gebruiken
In het algemeen gedeelte van de nota van toelichting behorende bij het ontwerplandsbesluit model identiteitskaart Curaçao (hierna: nota van toelichting en het ontwerp) wordt vermeld dat met het opnemen van een machine-leesbare strook op de identiteitskaart tegemoetgekomen wordt aan een uitgesproken wens tijdens het Interparlementair Koninkrijksoverleg (hierna: IPKO) dat in mei 2015 heeft plaatsgevonden. Deze wens hield in dat de identiteitskaarten van alle eilanden van het voormalige land Nederlandse Antillen als reisdocument tussen deze eilanden geaccepteerd zouden worden.
In onderdeel 3.a van de bijlage behorende bij het ontwerp (hierna: bijlage) (pagina 11) wordt bepaald dat de identiteitskaart een wit gedeelte zal hebben dat gereserveerd wordt voor het afdrukken van een machine-leesbare strook met gegevens van de identiteitskaart en de kaarthouder. Het één en ander volgens specificatie 9303 van de International Civil Aviation Organization (hierna: ICAO). Ten aanzien van het betreffende onderdeel 3.a van de bijlage ontbreekt een nadere inhoudelijke toelichting. Hierdoor kan de Raad niet beoordelen of de regering een afweging heeft gemaakt zoals voorgeschreven in de aanwijzingen 5 en 6 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (hierna: Awr). Het betreft aspecten waarop gelet moet worden alvorens tot het treffen van een regeling wordt besloten.
Volgens de Raad blijkt uit de nota van toelichting niet of er voldoende kennis is vergaard over de relevante feiten en omstandigheden met betrekking tot het gebruik van de identiteitskaart als reisdocument en zijn de doelstellingen die worden nagestreefd niet voldoende concreet en nauwkeurig vastgesteld (aanwijzing 5, onderdelen a en b, van de Awr). Bovendien blijkt uit de nota van toelichting niet of voldoende rekening is gehouden met de mate waarin verwacht mag worden dat het onderhavige Landsbesluit model identiteitskaart Curaçao, het beoogde doel van het gebruik van de identiteitskaart als reisdocument zal helpen verwezenlijken en de neveneffecten daarvan (aanwijzing 6, onderdelen a en b, van de Awr).
Verder geeft de nota van toelichting niet aan of de regeringen van de andere eilanden van het voormalige land Nederlandse Antillen in het kader van de reciprociteit ook het besluit hebben genomen om hun identiteitskaart als reisdocument te gebruiken door een machine-leesbare strook op te nemen. Bovendien is niet duidelijk of deze andere eilanden ook dezelfde specificaties van de ICAO zullen hanteren.
Kortom, de Raad mist in de nota van toelichting een uiteenzetting van de afwegingen die door de regering gemaakt zijn om de Curaçaose identiteitskaart, maar ook om een identiteitskaart van de voormalige eilanden van de Nederlandse Antillen (inclusief Aruba), als een geldig reisdocument te laten gebruiken of te accepteren.
De Raad adviseert om de nota van toelichting met inachtneming van het bovenstaande aan te vullen.
2. Het geslacht van de kaarthouder
a. Verhouding met het Burgerlijk Wetboek
In de aanhef en onderdeel b van het eerste lid van artikel 2 van de Landsverordening Identiteitskaarten wordt bepaald dat de identiteitskaart, onverminderd het bepaalde bij of krachtens lagere regelgeving, het geslacht (van de houder) moet bevatten. Volgens de vijfde gedachtestreep van onderdeel 1.e ‘de gegevens van de kaarthouder’ van de bijlage komt op de identiteitskaart van de houder een letter “O” te staan als het geslacht van de houder onbekend is.
Het geslacht van een persoon wordt over het algemeen bij de geboorte van deze persoon door medici aan de hand van fysieke kenmerken bepaald als ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ (het fenotypisch geslacht) en is vrijwel altijd ‘bekend’. Indien er toch ook medisch gezien sprake is van een twijfelachtig geval (omdat er sprake zou kunnen zijn van een gonadaal geslacht of een genetisch geslacht), dan bepalen het eerste en derde lid van artikel 19d van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) dat op de geboorteakte wordt vermeld dat “het geslacht van het kind niet is kunnen worden vastgesteld”.
Het BW is een algemene landsverordening. Hiervan kan alleen afgeweken worden in bijzondere landsverordeningen indien dit noodzakelijk is[1]. De Raad constateert dat in het ontwerp voorgesteld wordt om bij lagere regelgeving af te wijken van het BW door de term ‘onbekend’ op de identiteitskaart te vermelden. Deze afwijking is in strijd met het BW aangezien de afwijking niet in de Landsverordening Identiteitskaarten zelf is opgenomen maar in het Landsbesluit model identiteitskaart Curaçao dat van lagere orde is[2].
Indien de regering van mening is dat op een identiteitskaart een ander geslacht (gonadaal of genetisch) dan het fenotypisch geslacht moet kunnen worden opgenomen, dan dient onderdeel b van het eerste lid van artikel 2 van de Landsverordening Identiteitskaarten gewijzigd te worden. Ter illustratie wordt naar onderdeel a van het eerste lid van artikel 2 van de Landsverordening Identiteitskaarten verwezen. Daarin wordt in de tweede volzin expliciet de mogelijkheid gecreëerd om naast de voornaam en de geslachtsnaam van de kaarthouder, ook de geslachtsnaam van de echtgenoot, echtgenote, weduwnaar, weduwe, ex-echtgenoot of ex-echtgenote op de identiteitskaart te vermelden.
b. De Nederlandse situatie
In Nederland bestaat de mogelijkheid om het geslacht van een persoon op diens geboorteakte te laten wijzigen van ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ in ‘geslacht is niet kunnen worden vastgesteld’. Het is in Nederland inmiddels ook mogelijk om het geslacht op een geboorteakte te laten vervangen door een ‘X’ voor neutraal. Dit heeft te maken met de genderneutraliteit die zich op een latere leeftijd dan bij de geboorte kan voordoen en waarover in Nederland rechtszaken zijn gevoerd[3]. Het één en ander heeft echter tot nu toe niet geleid tot een wettelijke verankering van de genderidentiteit in de Nederlandse wetgeving[4].
c. Eventuele wijziging van de Landsverordening Identiteitskaarten in samenhang met het concordantiebeginsel
Indien de regering van mening is dat de weergave van de genderidentiteit op onder meer geboorteaktes en identiteitskaarten hier te lande mogelijk moet zijn, dan dient (artikel 19d van) het BW gewijzigd te worden. Alvorens hiertoe over te gaan is het gewenst dat de regering in ieder geval het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Hof) hierover hoort.
Voorts moet rekening worden gehouden met het bepaalde in artikel 89, eerste lid, van de Staatregeling van Curaçao, in samenhang gelezen met artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. In genoemde artikelen wordt bepaald dat de landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten onder meer het burgerlijk recht zoveel mogelijk op overeenkomstige wijze moeten regelen. Indien één van deze landen voornemens is om een ingrijpende wijziging in het burgerlijk wetboek aan te brengen, dan kan deze wetgeving niet eerder aan de Staten aangeboden worden dan nadat de regeringen van de andere landen in de gelegenheid zijn gesteld om hun zienswijze hierover kenbaar te maken.
De Raad merkt op dat het in artikel 39, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden opgenomen concordantiebeginsel beoogt te bevorderen dat bepaalde delen van de wetgeving in de vier landen van het Koninkrijk zo veel mogelijk met elkaar overeenstemmen. Ondanks het concordantiebeginsel ten aanzien van wetgeving kunnen er valide redenen zijn (zoals uiteenlopende maatschappelijke opvattingen of afwijkende feitelijke omstandigheden) om bepaalde onderwerpen in de landen niet op dezelfde wijze te regelen[5]. Zo geldt op grond van vaste jurisprudentie van het Hof dat de maatstaven die de laatste decennia in Nederland ten aanzien van het overheidsgedrag tot ontwikkeling zijn gebracht niet zonder meer hier te lande behoren te worden aangelegd[6].
d. Reeds uitgegeven identiteitskaarten
Ten overvloede wenst de Raad het volgende naar voren te brengen. Indien door Publieke Zaken van het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening inmiddels identiteitskaarten zijn uitgegeven waarop ten aanzien van het geslacht de letter ‘O’ is opgenomen, dan dienen deze identiteitskaarten op kosten van de overheid gecorrigeerd te worden. Ten aanzien van het geslacht moet op grond van de aanhef en onderdeel b van het eerste lid van artikel 2 van de Landsverordening identiteitskaarten, in samenhang gelezen met het eerste en derde lid van artikel 19d van het BW de aantekening ‘geslacht is niet kunnen worden vastgesteld’ worden opgenomen.
e. Advies
De Raad adviseert de regering om de aanhef en het eerste lid van artikel 2 van de Landsverordening Identiteitskaarten te wijzigen en de vijfde gedachtestreep van onderdeel 1.e ‘de gegevens van de kaarthouder’ van de bijlage aan te passen om het mogelijk te maken dat de aantekening ‘geslacht is niet kunnen worden vastgesteld’ op de identiteitskaart kan worden opgenomen. Indien de regering van mening is dat de genderidentiteit erkend moet worden, dan dient (onder meer artikel 19d van) het BW gewijzigd te worden.
Ook wordt geadviseerd rekening te houden met het gestelde in onderdeel d over reeds uitgegeven identiteitskaarten.
3. De geboortedatum van de kaarthouder
In de aanhef en onderdeel b van het eerste lid van artikel 2 van de Landsverordening Identiteitskaarten wordt bepaald dat de identiteitskaart, onverminderd het bepaalde bij of krachtens lagere regelgeving, de geboortedatum (van de houder) moet bevatten. In de tweede alinea van de derde gedachtestreep van onderdeel 1.e ‘de gegevens van de kaarthouder’ van de bijlage (pagina 6) wordt bepaald dat de cijfers of letters van de dag, maand of het jaar vervangen kunnen worden door nullen voor zover deze niet bekend zijn.
In artikel 19b van het BW wordt bepaald dat de geboorteakte van een kind opgemaakt zal worden krachtens het bevel en overeenkomstig de aanwijzingen van het Openbaar Ministerie indien onder meer de geboortedatum niet bekend is. De Raad is van oordeel dat het opnemen van nullen ten aanzien van de geboortedatum van een persoon op de identiteitskaart, zoals voorgeschreven in onderdeel 1.e van de bijlage in strijd is met artikel 19b van het BW en onderdeel b, eerste lid van artikel 2 van de Landsverordening Identiteitskaarten, die beiden van een hogere orde zijn.
De Raad is van oordeel dat indien de regering van mening is dat op een identiteitskaart ten aanzien van de geboortedatum (ambtshalve) door Publieke Zaken nullen opgenomen moeten kunnen worden, dan dient onderdeel b van het eerste lid van artikel 2 van de Landsverordening Identiteitskaarten gewijzigd te worden. Anders dient de normale procedure omschreven in artikel 19b van het BW (bevel en aanwijzing door het Openbaar Ministerie) te worden gevolgd.
Ten overvloede zij opgemerkt dat de reeds sinds 26 juli 2021 uitgegeven identiteitskaarten waarop in de geboortedatum nullen voorkomen, op kosten van de overheid gecorrigeerd dienen te worden.
De Raad adviseert de regering om de aanhef en het eerste lid van artikel 2 van de Landsverordening Identiteitskaarten te wijzigen en de tweede gedachtestreep van onderdeel 1.e ‘de gegevens van de kaarthouder’ van de bijlage aan te passen om het mogelijk te maken dat ten aanzien van de geboortedatum op de identiteitskaart nullen kunnen worden opgenomen. Ook wordt geadviseerd rekening te houden met het gestelde in dit onderdeel over reeds uitgegeven identiteitskaarten.
4. De financiële gevolgen voor het Land
a. Kosten 2021
In onderdeel ‘Financiële gevolgen’ van de nota van toelichting (pagina 3) is een tabel opgenomen welke de begrote kosten voor 2021-2024 weergeeft. In de alinea onder voornoemde tabel wordt aangegeven dat voor het jaar 2021, Publieke Zaken voldoende ‘color-ribbons’ en holografische filmrollen in voorraad had waardoor deze verbruiksmiddelen bij de introductie van de nieuwe identiteitskaart niet hoefden te worden vervangen.
In de voornoemde tabel is voor het jaar 2021 daardoor geen bedrag opgenomen voor ‘color-ribbons’, echter voor holografische filmrollen – alhoewel deze voorradig zou zijn voor 2021 – is NAf 114.729 opgebracht. Meerjarig – voor de periode 2022-2024 – zijn de kosten voor holografische filmrollen rond hetzelfde bedrag begroot, namelijk NAf 115.000.
De Raad adviseert de regering het voor het jaar 2021 opgebrachte bedrag ten behoeve van holografische filmrollen ad NAf 114.729 – in relatie tot het gegeven dat holografische filmrollen in voorraad aanwezig waren voor het jaar 2021 en niet hoefden te worden vervangen – in de nota van toelichting toe te lichten, of anders de nodige cijfermatige aanpassingen aan te brengen bij deze kostenpost voor het jaar 2021.
b. Vaste bedragen vs inflatie
De in bovengenoemde tabel begrote totale jaarlijkse kosten zijn voor de periode 2022–2024 constant gehouden. Bij deze begrotingssystematiek is er geen rekening gehouden met inflatie terwijl sinds 2021 de inflatie relatief hoog is. Volgens de memorie van toelichting behorende bij de aan de Staten ingediende ontwerpbegroting voor het dienstjaar 2023 (Zittingsjaar 2022-2023-204) zien de inflatiecijfers over de periode 2021-2024 er als volgt uit:
- 2021: 4%;
- 2022: 6,8%;
- 2023: 4,4%; en
- 2024: 2,7%.
Rekening houdende met de voornoemde geprognotiseerde inflatie voor 2022-2024 zou het benodigde bedrag voor het jaar 2024 rond de NAf 257.646 liggen – zijnde NAf 225.000 x 1.068 x 1.044 x 1.027, terwijl NAf 225.000 begroot is voor 2024. Omdat de begrote bedragen helemaal niet meestijgen met de jaarlijkse inflatie geven de bedragen geen reëel beeld meer van de werkelijke kosten.
Gelet op het vorenstaande adviseert de Raad de regering bij de meerjarige begroting – voor zover er geen algemene begrotingspost (stelpost) voor compensatie van kostenstijgingen op de begroting staat – rekening te houden met een inflatiecorrectie.
II. Inhoudelijke opmerkingen ten aanzien van het ontwerp
Het motiveren van de voorgestelde wijzigingen
a. Inleiding
Volgens Publieke Zaken van het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening heeft het wijzigen van de bijlage Model I als bedoeld in het ontwerp onder meer tot doel om duidelijkheid te brengen in de regels voor de afgifte van identiteitskaarten en ook om vanwege voortschrijdende inzichten een aantal andere voorzieningen wettelijk te regelen[7]. Een analyse van het ontwerp en de nota van toelichting doet de Raad concluderen dat deze wijzigingen en aanvullingen die voorheen niet in Model I voorkwamen, niet of onvoldoende toegelicht worden in de nota van toelichting. De Raad is van oordeel dat in verband met de beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het rechtszekerheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel, in de nota van toelichting met betrekking tot de hierna te noemen onderwerpen een onderbouwing moet worden gegeven. In elk geval moet ingegaan worden op de beweegredenen van de regering om de betreffende wijziging of aanvulling in het ontwerp op te nemen en wat de eventuele te verwachten rechtsgevolgen hiervan zullen zijn.
b. De partnerschapsrelatie
1°. Geregistreerd partnerschap
In de eerste gedachtestreep van onderdeel 1.e ‘de gegevens van de kaarthouder’ van de bijlage wordt bepaald dat op de tweede regel na “fam naam surname” van de identiteitskaart een toevoeging kan worden opgenomen waaruit de partnerschapsrelatie van de kaarthouder zal blijken. Deze toevoegingen betreffen “e/v” (echtgenoot of echtgenote van), “p/v” (geregistreerde partner van), “w/v” (weduwnaar of weduwe van), maar ook “a/v”, “g/v” of “b/v”.
In Curaçao is het geregistreerd partnerschap nog niet wettelijk geregeld. De Raad verwijst hierbij naar twee recente uitspraken van het Hof met betrekking tot het huwelijk tussen personen van gelijk geslacht[8].
Het ontbreken van een wettelijke grondslag in het BW voor geregistreerd partnerschap brengt met zich mee dat het op grond van het onderhavige (ontwerp)landsbesluit opnemen van de afkortingen a/v, g/v of b/v op een identiteitskaart, in feite niet mogelijk is. Het Landsbesluit model identiteitskaart Curaçao, zoals gewijzigd door het onderhavige (ontwerp)landsbesluit, is immers van lagere orde dan het BW. In dit verband wordt verwezen naar onderdeel I. 2. ‘a. Verhouding met het Burgerlijk Wetboek’ van dit advies.
De Raad adviseert de regering om het ontwerp aan te passen. Indien de regering van mening blijft dat het opnemen van gegevens over een partnerschapsrelatie op een identiteitskaart mogelijk moet zijn, dan dient hiervoor het BW gewijzigd te worden.
2°. Gebruikte afkortingen
Indien de regering van mening is dat de voorgestelde afkortingen gehandhaafd moeten worden, dan is de Raad van oordeel dat uit de bijlage en de nota van toelichting moet blijken om welke reden voor de toevoegingen “a/v”, “g/v” of “b/v” wordt gekozen en wat hun betekenis is.
De Raad adviseert de regering om het ontwerp en de nota van toelichting met inachtneming van het bovenstaande aan te vullen.
c. De geldigheidsdatum
In de tiende gedachtestreep van onderdeel 1.e ‘de gegevens van de kaarthouder’ van de bijlage wordt bepaald dat de datum waarop de toelating tot verblijf eindigt als vervaldag van de identiteitskaart wordt aangehouden in het geval de kaarthouder toegelaten is tot verblijf in Curaçao voor een periode die korter is dan vijf jaren na de dag van afgifte van de identiteitskaart.
De Raad mist in de nota van toelichting een motivering om welke reden deze voorziening noodzakelijk is en adviseert de regering de nota van toelichting op dit punt aan te vullen.
d. Dynamische of statische verwijzing
In onderdeel 3.a van de bijlage wordt bepaald dat de identiteitskaart een wit gedeelte zal hebben dat gebruikt wordt voor het afdrukken van een machine-leesbare strook met gegevens van de identiteitskaart en de kaarthouder. Het één en ander volgens de ICAO 9303 specificaties. Zoals dit onderdeel geformuleerd is, kan geconcludeerd worden dat er hierbij sprake is van een dynamische verwijzing. Dat betekent dat alle toekomstige wijzigingen van bedoelde ICAO 9303 specificaties meteen doorwerken in de rechtsorde van Curaçao. Een dergelijke verwijzing kan tot onduidelijkheid leiden bij degenen op wie de regels van toepassing zijn en bij personen belast met de handhaving. De vraag kan rijzen over de geldigheid van identiteitskaarten die per de uitgiftedatum ervan een gegeven bevatten die na deze datum gewijzigd zou moeten worden volgens de nieuwe ICAO 9303 specificaties. Daarbij dienen ook de geldigheidsduur van vijf jaren van deze kaarten en de leges die hiervoor zijn betaald in ogenschouw te worden genomen.
Ter illustratie, een identiteitskaart wordt op 1 februari 2023 uitgegeven tegen vergoeding door de kaarthouder van de wettelijk vastgestelde leges. De ICAO 9303 specificatie wordt op 1 maart 2023 gewijzigd. Deze wijziging betreft een essentiële wijziging die op de identiteitskaart moet komen te staan in verband met het gebruik ervan als reisdocument. Onduidelijk is of de kaarthouder verplicht is om deze kaart terstond te laten corrigeren, onder vergoeding van leges. Indien dit het geval is, aangezien er sprake is van een dynamische verwijzing, is ook niet duidelijk hoe de overheid hiermee zal omgaan, vooral als het gaat om het bijwerken van identiteitskaarten en de administratie hieromtrent.
Kortom, in de nota van toelichting mist de Raad een onderbouwing van de reden waarom gekozen is voor een dynamische verwijzing naar de ICAO 9303 specificaties in plaats van een statische verwijzing en voorts wat de (rechts)gevolgen hiervan kunnen zijn voor de kaarthouder en de geldigheid van de identiteitskaart.
In het licht van het bovenstaande adviseert de Raad de regering om de nota van toelichting aan te vullen.
III. Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard
Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard zijn in een bijlage bij dit advies opgenomen en worden geacht hiervan integraal onderdeel uit te maken.
De Raad van Advies heeft een aantal bezwaren bij het ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, en adviseert de regering niet conform de daarin opgenomen voorstellen te besluiten, tenzij het is aangepast
Willemstad, 17 januari 2023
de Ondervoorzitter, de Secretaris,
____________________ _____________________
mevr. mr. L. M. Dindial mevr. mr. C. M. Raphaëla
Bijlage behorende bij het advies van de Raad van Advies, RvA no. RA/27-22-LB
Zowel het ontwerp (bijlage) als de nota van toelichting heeft wetstechnische en redactionele onvolkomenheden. De Raad noemt de volgende voorbeelden.
1. De bijlage bij het ontwerp
a. Onderdeel 1.e
In de eerste alinea van de derde gedachtestreep staat “MRT” met hoofdletters. De Raad vraagt zich af of dit juist is. Indien dit niet het geval is dan dient dit onderdeel gecorrigeerd te worden.
De Raad stelt voor om de volgende wijzigingen aan te brengen:
- in de negende gedachtestreep dient achter ‘de eerste drie letters van de maand van afgifte’ de zinsnede ‘in hoofdletters’ te worden opgenomen;
- in de tiende gedachtestreep dient achter ‘de eerste drie letters van de vervalmaand’ de zinsnede ‘in hoofdletters’ te worden opgenomen.
b. Onderdeel 1.g
Voorgesteld wordt om in de eerste regel achter ‘kaarthouder’ het woord ‘wordt’ in te voegen.
c. Onderdeel 1.h
In de aanhef van onderdeel 1 (pagina 5) komt tot uitdrukking dat dit onderdeel betrekking heeft op de voorzijde van de identiteitskaart. Om deze reden wordt voorgesteld om de zin ‘op de achtergrond van de voorzijde van de identiteitskaart verweven:’ te vervangen door ‘op de achtergrond van de identiteitskaart wordt verweven:’.
d. Onderdeel 3.a
In onderdeel 3.a van de bijlage wordt verwezen naar “de ICAO 9303 specificaties”. Uit het algemeen gedeelte van de nota van toelichting[9] blijkt dat het om “Doc 9303 Machine Readable Travel Documents, Eight Edition, 2021, Part 3: Specifications Common to all MRTDs” van de ICAO gaat. Volgens de Raad kan in onderdeel 3.a van de bijlage niet slechts volstaan worden met een verwijzing naar “ICAO 9303 specificaties” aangezien Doc 9303 uit dertien series bestaat. Geadviseerd wordt om de juiste en volledige benaming, serie en uitgevende instantie van het document in onderdeel 3.a van het ontwerp te vermelden.
2. De nota van toelichting
a. Algemeen
Voorgesteld wordt om in de nota van toelichting telkens ‘Land Curaçao’ te vervangen door ‘land Curaçao’.
b. Pagina 2
Voorgesteld wordt om:
- in de voorlaatste zin van de vierde alinea ‘immigratiedienst’ te vervangen door ‘Immigratiedienst’.
- in de eerste zin van de vierde alinea ‘model identiteitskaart’ te vervangen door ‘model van een identiteitskaart’.
c. Pagina 3
Voorgesteld wordt om in de tweede zin van onderdeel ‘2. Financiële gevolgen’, ‘Antilliaanse guldens’ te vervangen door ‘Nederlands-Antilliaanse guldens’.
__________________________
[1] Aanwijzing 37 van de Awr.
[2] Ervan uit wordt gegaan dat een geboorteakte de informatiebron is waaruit gegevens gehaald worden voor het maken van een identiteitskaart.
[3] Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:HR:2007:AZ5686 en ECLI:NL:RBLIM:2018:4931.
[4] Uit de hierboven genoemde jurisprudentie is inmiddels ook gebleken dat artikel 19d van het Nederlandse BW geen oplossing biedt voor gevallen van ‘niet-geseksueerdheid’ in de zin van de overtuiging hebben dat een persoon, ongeacht de aanwezige fysieke geslachtskenmerken, niet tot het vrouwelijke of het mannelijke geslacht behoort. Er kan met andere woorden geen vermelding ‘X’ op de geboorteakte worden opgenomen op grond van artikel 19d van het Nederlands BW. Voor het laten vermelden van ‘X’ op de geboorteakte moet de verzoeker naar de rechter stappen en bijvoorbeeld een beroep doen op het recht op privacy (artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden). Het bovenstaande geldt ook ten aanzien van gevallen die zich hier te lande zullen voordoen en waarvoor de weg van artikel 19d van het BW (van Curaçao) dus niet toegepast kan worden. Om de vermelding ‘X’ op een Curaçaose geboorteakte of identiteitskaart te krijgen dient de verzoeker naar de rechter te stappen. Zie ook Asser-serie 1.I “Personen- en familierecht. De persoon, afstamming en adoptie, gezag en omgang, levensonderhoud, bescherming van meerderjarigen”, mr. C. Assers, Wolters Kluwer Deventer 2020, negentiende druk, pagina’s 93 tot en met 95.
[5] “Het Statuut voor het Koninkrijk”, Borman, C., Kluwer Deventer 2012, derde druk, pagina 193.
[6] Eilandgebied vs. Brandt, GhvJNAA 12 januari 1999; NJ 1999, 458.
[7] Zie de brief d.d. 24 maart 2020 van Publieke Zaken van het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening dat gericht is aan de Minister van Bestuur, Planning en Dienstverlening.
[8] Zie ECLI:NL:OGHACMB:2022:134 en ECLI:NL:OGHACMB: 2022:135.
[9] Zie de vijfde zin van het derde tekstblok van paragraaf “1. Algemeen” van de nota van toelichting.
