no Download PDF Print

Adviezen

RvA no. RA/35-16-LV

Uitgebracht op : 22/09/2016
Publicatie datum: 26/06/2017

Ontwerplandsverordening, tot wijziging van de Landsverordening ombudsman (zaaknummer 2015/62767)

Ontwerplandsverordening, tot wijziging van de Landsverordening ombudsman 
(zaaknummer 2015/62767)

Advies:  Met verwijzing naar uw adviesverzoek d.d. 5 juli 2016 om het oordeel van de Raad van Advies inzake bovengenoemd onderwerp en naar aanleiding van de behandeling hiervan op 19 september 2016, bericht de Raad u als volgt.                    

I.    Inhoudelijke opmerkingen

De memorie van toelichting

Procedure herbenoeming van ombudsman

Van de gelegenheid die de voorgenomen wijziging van de Landsverordening ombudsman biedt is gebruik gemaakt om een foutieve verwijzing opgenomen in artikel 3, vierde lid van genoemde landsverordening te corrigeren. Artikel I, onderdeel B van de onderhavige ontwerplandsverordening (hierna: het ontwerp) strekt daartoe. In het huidige artikel 3, vierde lid van de Landsverordening ombudsman wordt naar het tweede lid, tweede volzin in plaats van naar het eerste lid, tweede volzin, van dat artikel verwezen, waarin gesproken wordt van de procedure die moet worden gevolgd, indien de Staten voornemens zijn de omdbudsman te herbenoemen. Genoemde procedure bestaat uit het doen van een voordracht in gezamenlijk overleg opgemaakt door de ondervoorzitter van de Raad van Advies, de president van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de voorzitter van de Algemene Rekenkamer bevattende tenminste de namen van drie personen voor benoeming van de ombudsman. Volgens de memorie van toelichting behorende bij het ontwerp is zulk een omslachtige procedure niet vereist als de Staten tot herbenoeming van de ombudsman wensen over te gaan. Indien genoemde procedure bij de herbenoeming van de ombudsman niet vereist is, dan is het voor de Raad niet duidelijk waarom in het voorgestelde artikel I, onderdeel B aan de Staten facultatief, via het woord “kunnen”, de bevoegdheid wordt toegekend om die procedure buiten toepassing te laten.

De Raad adviseert de regering in de memorie van toelichting uitleg te geven van het vorenstaande.

b.   De defintie van de term “bestuursorgaan”

Blijkens de memorie van toelichting maakt de nieuwe definitie van de term “bestuursorgaan” in het voorgestelde artikel I, onderdeel A, (het nieuwe artikel 1, onderdeel c van de Landsverordening ombudsman) het mogelijk dat onder meer de gedragingen van privaatrechtelijke rechtspersonen met een publieke taak daaronder vallen. In genoemde toelichting wordt verwezen naar een vonnis voor de in de jurisprudentie ontwikkelde criteria om te kunnen vaststellen wanneer er sprake is van een zodanige privaatrechtelijke rechtspersoon.

De Raad adviseert de regering enkele voorbeelden van in de jurisprudentie ontwikkelde criteria in de memorie van toelichting te noemen.

II.   Ten overvloede

De waarneming van het ambt van ombudsman

Ingevolge artikel 3, vijfde lid van de Landsverordening ombudsman voorzien de Staten zo spoedig mogelijk in de waarneming van het ambt van ombudsman indien blijkt dat de Staten niet tijdig tot de benoeming van een nieuwe ombudsman zullen kunnen komen. De Raad mist in genoemd artikel een bepaling die regelt welke artikelen van de Landsverordening ombudsman van overeenkomstige toepassing zijn bij het voorzien in de waarneming van het ambt van ombudsman door de Staten.

De Raad adviseert de regering het ontwerp met inachtneming van het vorenstaande aan te passen. 

Profielschets ombudsman

Het is de Raad bekend dat het ontbreken van een profielschets voor de ombudsman in het traject van de benoeming van de huidige ombudsman als een knelpunt werd ervaren. De Raad is daarom van oordeel dat de regering in de Landsverordening ombudsman een grondslag dient te scheppen om de profielschets voor de ombudsman bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, vast te stellen. Rekening houdend met de omstandigheid dat de benoemingsbevoegdheid van de ombudsman in handen van de Staten ligt, meent de Raad dat daarbij gecontroleerde delegatie overeenkomstig aanwijzing 28 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (hierna: Awr) dient te worden overwogen.

De Raad adviseert de regering het ontwerp met inachtneming van het vorenstaande aan te passen.

III.  Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard

Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard zijn in een bijlage bij dit advies opgenomen en worden geacht hiervan integraal onderdeel uit te maken.

Concluderend geeft de Raad van Advies de regering in overweging de ontwerplandsverordening bij de Staten in te dienen, nadat met het vorenstaande rekening is gehouden.

Willemstad, 22 september 2016

de wnd. fungerend Ondervoorzitter,                                       de Secretaris,

 

___________________________                                          ____________________

Ing. G.W.Th. Damoen Msc                                                     mevr. mr. C.M. Raphaëla

 

Bijlage behorende bij het advies van de Raad van Advies, RvA no. RA/35-16-LV

Zowel het ontwerp als de memorie van toelichting heeft wetstechnische en redactionele onvolkomenheden. De Raad noemt de volgende voorbeelden.                                                                           

Het ontwerp

De aanhef van onderdelen A en B van artikel I

Voorgesteld wordt in de wijzigingsintructies opgenomen in artikel I, onderdelen A en B de toevoeging “als volgt” te schrappen. Genoemde  woorden zijn eigenlijk dubbelop en kunnen probleemloos worden gemist. Zie in dit verband de modellen opgenomen in aanwijzing 173 van de Awr.

Artikel I, onderdeel A

Volgens aanwijzing 77, eerste lid, onderdeel b, van de Awr wordt binnen de onderdelen van een opsomming in een artikel niet met een nieuwe zin begonnen. Om deze reden wordt voorgesteld de volzin bij het voorgestelde artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Landsverordening ombudsman in een afzonderlijk lid in artikel 1 onder te brengen.

Artikel I, onderdeel B

In artikel I, onderdeel B, van het ontwerp wordt een wetstechnische onvolkomenheid in het huidige artikel 3, vierde lid, van de Landsverordening ombudsman hersteld. Geconstateerd wordt dat in genoemd artikel nog meer wetstechnische onvolkomenheden voorkomen. In artikel 3, eerste lid wordt “het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba” genoemd. De juiste benaming voor genoemde gerechtelijke instantie is overeenkomstig artikel 15, eerste lid van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie “het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba”. Ook wordt in genoemd artikellid gesproken van “de president” van de Algemene Rekenkamer Curaçao. Echter overeenkomstig artikel 3, eerste lid van de Landsverordening Algemene Rekenkamer Curaçao heeft de Algemene Rekenkamer Curaçao geen “president” maar een “voorzitter”.

Voorgesteld wordt genoemde onvolkomenheden te corrigeren. 

Artikel II

Voorgesteld wordt artikel II overeenkomstig aanwijzing 140, eerste lid, onderdeel C, van de Awr aan te passen.

De memorie van toelichting

Onderdeel “2. Financiële gevolgen”

Voorgesteld wordt in de eerste volzin na “financiële gevolgen” de woorden “voor het Land” in te voegen. Ook wordt voorgesteld in de laatste volzin “dit ontwerp” te vervangen door “de onderhavige landsverordening”.

Toelichting op artikel I van het ontwerp

Voorgesteld wordt de eerste volzin te schrappen omdat deze volzin geen toegevoegde waarde heeft. Ook wordt voorgesteld in de laatste volzin van het eerste tekstblok het woord “bestuursorgaan” tussen aanhalingstekens te plaatsen.