Persbericht Jaarverslag 2023 van Raad van Advies
PERSBERICHT
10 juli 2024.
Raad van Advies vraagt speciale aandacht
voor naleving internationale normen
WILLEMSTAD – Essentiële interne ontwikkelingen, grote juridische kwesties en een aanhoudende trend van spoedadviesverzoeken markeren het jaarverslag van de Raad van Advies over 2023. Toch mag 2023 wat de Raad betreft als een ‘normaal jaar’ beschouwd worden, na de crisisjaren tijdens en vlak na de Covid-epidemie.
Nieuwe gedragsregels
In maart 2023 stelde de Raad nieuwe gedragsregels op voor de verdere bevordering van de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de leden in relatie tot het funtioneren van de Raad als een onpartijdige en onafhankelijke adviesinstantie en het vertrouwen dat men daarin moet hebben. Deze regels gaan met name over uitingen van de leden, in woord of gedrag, al dan niet via sociale media. Te denken valt aan privégedrag of het publiekelijk uiten van privémeningen die desondanks de onafhankelijkheid van de Raad of het vertrouwen in de Raad kunnen aantasten. Ook wordt scherper gekeken naar vroegere ambten of functies van de leden, of ambten en functies die ze mogelijk in de nabije toekomst gaan vervullen die niet gewenst zijn voor het lidmaatschap van de Raad. Dit is een verruiming van de gebruikelijke gedragsregels over de opgave van ambten of functies.
Wat de interne functie van de wettelijk voorgeschreven plaatsvervangend secretaris betreft, heeft de ondervoorzitter, namens de Raad, mevr. mr. Jennifer Josefa voorgedragen met ingang van 4 september 2023. De Landsverordening Raad van Advies stelt dat de secretaris bij belet of ontstentenis vervangen wordt door de plaatsvervangend secretaris. De functie van plaatsvervangend secretaris werd echter tot nu toe niet ingevuld.
Uit overwegingen van goed bestuur heeft de Raad als beleidslijn vastgesteld dat een lid niet langer dan drie termijnen van vijf jaar kan aanblijven. Daarbij worden alle zittingsperioden meegerekend, ook als die 15 jaren niet aaneengesloten zijn. Door deze grens te stellen aan de zittingsduur wordt tunnelvisie voorkomen, kansen voor nieuwe expertise geboden en wordt de advisering scherp gehouden.
Goede advisering is ook gebaat bij een brede expertise. Vraagstukken moeten immers vanuit verschillende invalshoeken worden benaderd. De Raad heeft een wijziging van de Landsverordening Raad van Advies aan de regering aangeboden, om de leeftijdsgrens voor zijn leden te verhogen van 70 tot 75 jaar. Dit is een effectief instrument om de nodige deskundigheid te behouden waarover de Raad beschikt, temeer omdat door de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd van ambtenaren naar 65 jaar, de periode om leden met bestuurlijke kennis aan te stellen teruggebracht is geworden tot effectief 5 jaar. De ontwerplandsverordening waarin onder andere deze voorgestelde leeftijdsgrensverhoging is geregeld, is in april 2024 door de regering aan de Staten aangeboden en reeds in de Centrale Commissie behandeld.
Verscherping beleid voor spoedadvies
In 2023 kwam het opnieuw voor dat adviesverzoeken laat door de regering werden ingediend vanwege vertragingen in het voorbereidingstraject door onder andere gebrekkige voortgangsbewaking. De Raad heeft zich maximaal ingezet om daar zoveel mogelijk aan tegemoet te komen. Spoedbehandelingen beknotten echter de tijd die cruciaal is om gedegen advies uit te brengen. Daar komt bij dat de regering lang niet altijd het spoedeisende karakter van het adviesverzoek motiveert. Mede om de kwaliteit te bewaken heeft de Raad zijn beleid voor spoedadviezen dan ook verscherpt. Per geval zal de Raad afwegen of er valide redenen zijn voor spoed, en in hoeverre het haalbaar is om een verantwoord advies uit te brengen vóór het verstrijken van de in het algemeen voor spoedadviesverzoeken vastgestelde afhandelingstermijn.
De Raad beseft dat er valide redenen kunnen zijn voor spoedadvies. Dat geldt bijvoorbeeld wanneer een implementatietermijn van internationale regelgevingen dreigt te worden overschreden, wanneer er grote budgettaire gevolgen op het spel staan, of wanneer een gebrek in de regelgeving urgent hersteld moet worden.
In de regel is voor spoedadviesverzoeken een periode van maximaal zes weken de norm. In 2023 moest de Raad echter binnen vijf dagen advies uitbrengen over het ontwerp van het Landsbesluit aanwijzing gezinsvoogden. Daarin worden regels vastgesteld voor de ondertoezichtstelling van kinderen. Op 28 juni zou de rechter in eerste aanleg personen als gezinsvoogd benoemen die door de minister van justitie zijn aangewezen. Daarvoor moest wel een wettelijke grondslag bestaan. Pas op 23 juni ontving de Raad een verzoek van de regering om een spoedadvies over het ontwerplandsbesluit uit te brengen.
Ook in dit verslagjaar heeft de Raad de regering er meermalen op moeten wijzen dat deze trend in het belang van de kwaliteit van de wetgeving moet worden omgebogen. Dat geldt ook en vooral bij regelingen die op een afgesproken tijdstip in werking moeten treden om aan internationale ontwikkelingen en normen te voldoen.
Implementatie en naleving van internationale normen verdienen speciale aandacht
De Raad vraagt meer aandacht voor de discrepantie binnen het Koninkrijk omtrent de bescherming van mensenrechten. Geconstateerd wordt dat enkele belangrijke verdragen op dit gebied alleen voor het Europese deel van het Koninkrijk gelden. Dat geldt bijvoorbeeld voor verdragen over de rechten van personen met een handicap en over het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld.
Implementatie en naleving van internationale normen op Curaçao verdienen over de hele linie bijzondere aandacht. Aan de ene kant is en blijft dit een uitdaging vanwege de kleinschaligheid, de beperkte uitvoeringscapaciteit en deskundigheid op cruciale gebieden en de precaire financieel-economische situatie. Aan de andere kant kan het niet toepassen van deze normen soms verstrekkende gevolgen hebben. Deze spagaat wordt duidelijk zichtbaar in het licht van de vereisten van de Financial Action Task Force (FATF) op het gebied van (online) kansspelen, witwassen van geld en financiering van terrorisme.
FATF heeft geen bevoegdheid om aanbevelingen af te dwingen. Maar het niet implementeren en naleven ervan kan ertoe leiden dat Curaçao op een zwarte of grijze lijst wordt geplaatst van landen die niet meewerken. Dat kan negatieve financieel-economische consequenties hebben. De druk is dus groot om wet- en regelgeving in te voeren die met de FATF-aanbevelingen overeenstemmen. Het niet tijdig beginnen met de voorbereidingen, ongeacht om welke reden, maakt de druk alleen maar groter. En de gebrekkige voortgangsbewaking van het traject maakt dat het adviestermijn van de Raad als laatste schakel steeds onder druk komt te staan.
De verenigbaarheid van het ontwerp van de Landsverordening luchtkwaliteitseisen met het EVRM
Bij de Staten is een ontwerp van de Landsverordening luchtkwaliteitseisen aangeboden door de regering. Het ontwerp van de Landsverordening luchtkwaliteitseisen bevat emissienormen voor verschillende luchtverontreinigende stoffen. Doel van dit ontwerp is de beperking van milieuvervuiling, in het bijzonder luchtvervuiling. De normen die in het ontwerp worden voorgesteld, wijken af van internationale normen zoals die van de World Health Organization (WHO). Dat heeft te maken met het streven van de regering naar een balans tussen aanvaardbare luchtkwaliteitsnormen en economische ontwikkeling. De herstart van de olieraffinaderij maakt hier deel van uit.
Milieuverontreinigende activiteiten, zoals de exploitatie van een olieraffinaderij, kunnen leiden tot een plotselinge of geleidelijke aantasting van belangen die worden beschermd door de artikelen 2 (recht op leven) en 8 (recht op respect voor privé- en familieleven, en eigen huis) van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM), waaraan Curaçao gebonden is. De Raad gaat gedetailleerd in op de vraag in hoeverre het ontwerp luchtkwaliteitseisen verenigbaar is met de artikelen 2 en 8 van het EVRM. Verwijzend naar diverse uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) oordeelt de Raad dat economische redenen wel een rol mogen spelen bij de keuze van milieumaatregelen, maar dat deze geen doorslaggevende rol mogen spelen.
Ontwerp van de Landsverordening op kansspelen (LOK)
De Raad heeft de regering geadviseerd om de ontwerp-Lok aan te passen conform de aanbevelingen van Financial Action Task Force (FATF) voor de (financiële) onafhankelijkheid van een kansspelautoriteit. De ontwerp-Lok beoogt o.a. een verbetering van het toezicht op alle kansspelen en de vervanging van de huidige Stichting Gaming Control Board door door een onafhankelijke kansspelautoriteit de Curaçao Gaming Authority (CGA). Het viel de Raad op dat de CGA in het ontwerp niet voldoet aan de eisen van (financiële) onafhankelijkheid. Het is bv. van belang dat de minister niet beslist over de benoeming of het ontslag van bestuurders en commissarissen, noch over de wijziging van de statuten. De Raad constateert verder dat de opbrengsten conform de ontwerp-Lok in de algemene middelen terechtkomen, en dat de kosten voor de taakuitvoering van de CGA ten laste komen van de landsbegroting. Dit voldoet evenmin aan de eis van (financiële) onafhankelijkheid waaraan de toezichthouder van de kansspelsector moet voldoen.
In een periode van vijf jaar moest Curaçao de tekortkomingen in zijn wetgeving wat het tegengaan van witwassen en de financiering van terrorisme betreft wegwerken die de FATF gesignaleerd had. De Raad acht het wenselijk om de memorie van toelichting aan te vullen met informatie over hoe die follow-up verlopen is.
Productie van de Raad
In 2023 heeft de Raad van Advies 33 verzoeken om advies ontvangen en 29 afgehandeld. Drie adviesverzoeken werden geretourneerd. Eén ervan, omdat de aangeboden versie van het wetsontwerp dat de Raad van Ministers had geaccordeerd niet de eindversie was. De andere twee, omdat de ambtelijke voorbereiding nog niet af was. Aan het eind van het verslagjaar had de Raad twee adviesverzoeken nog in behandeling, waarvan 1 in 2022 ontvangen is.
Van de adviesverzoeken in 2023 is 43,3% aan te merken als spoedadviesverzoek. Dat ligt ruim boven de 23,3% van het jaar ervoor. Hoe zorgelijk dat is, valt af te lezen aan de werkzaamheden die de medewerkers van het secretariaat moeten doen om de Raad inhoudelijk te ondersteunen. Ook in dit verslagjaar belicht de Raad het onmisbare werk van de medewerkers, en de tijd die ze nodig hebben om dit zorgvuldig te kunnen doen.
Jaarverslag 2023 op website
Op de website www.raadvanadvies.cw van de Raad van Advies kan kennisgenomen worden van het volledige jaarverslag 2023. Daarin kan ook kennis worden genomen van de thematische bijdrage van drs. Rob van den Bergh getiteld ‘De reikwijdte van de zorgplicht van de overheid, overheidssteun aan het Curaçaose bedrijfsleven’.
RvAC telt 9 leden
De Raad van Advies van Curaçao (RvAC) bestaat momenteel uit ondervoorzitter Lizanne Dindial en de leden Jeffrey Sybesma, Charlene Alberto, Wilfred Flocker, Michael Willem, Luigi Virginia, Clarion Taylor, Josephine Provence en Gregory Damoen. Secretaris van de RvAC is Cadlyn Raphaëla met een staf die de Raad bijstaat. Uit hoofde van haar functie is Hare Excellentie de Gouverneur Lucille George-Wout voorzitter van dit Hoog College van Staat.
Namens de Ondervoorzitter van de Raad van Advies
Mevrouw mr. C. Raphaëla, secretaris
