Adviezen
RvA no. RA/18-25-LB: Ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 15, derde lid, van de Landsverordening ambtelijk bestuurlijke organisatie (Instellingsbesluit Curacaose Burgerluchtvaart Autoriteit)
Ontvangstdatum: 04/11/2025
Publicatie datum: 04/09/2026
Advies Uitgebracht: 16/12/2025
(zaaknummer 2025/004069)
Ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 15, derde lid, van de Landsverordening ambtelijk bestuurlijke organisatie (Instellingsbesluit Curaçaose Burgerluchtvaart Autoriteit)
(zaaknummer 2025/004069)
Advies: Met verwijzing naar uw adviesverzoek d.d. 13 oktober 2025, dat de Raad van Advies op 4 november 2025 heeft ontvangen, om het oordeel van de Raad van Advies inzake bovengenoemd onderwerp en naar aanleiding van de behandeling hiervan op 15 december 2025, bericht de Raad u als volgt.
I. Algemeen
1. De grondslag van het ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen
a. De reikwijdte van de grondslag van het ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen
Uit het onderhavige ontwerp van het Instellingsbesluit Curaçaose Burgerluchtvaart Autoriteit (hierna: het ontwerp) en de daarbij behorende nota van toelichting (hierna: de nota van toelichting) volgt dat het ontwerp een uitvoeringsregeling is van artikel 15, derde lid, van de Landsverordening ambtelijk bestuurlijke organisatie (hierna: de Labo). In de eerste zin van het derde lid van artikel 15 wordt bepaald dat de taken waarmee een sector is belast, de organisatiestructuur van deze sector op hoofdlijnen en het maximumaantal formatieplaatsen per sectoronderdeel en uitvoerende organisaties binnen de sectoren, met inachtneming van het bij de Labo bepaalde, bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden vastgesteld. In onderdeel i van het eerste lid van artikel 15 van de Labo wordt bepaald dat het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning uit twee sectoren bestaat, te weten de sector Verkeer en Vervoer en de sector Infrastructuur en Ruimtelijke Planning.
Uit artikel 1 van het ontwerp en uit de eerste zin van het tweede tekstblok van paragraaf I ‘Algemeen Deel’ van de nota van toelichting volgt dat de Curaçaose Burgerluchtvaart Autoriteit (hierna: de CBA) geen sector is maar een dienst van de sector Verkeer en Vervoer van het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning ofwel een uitvoerende organisatie binnen genoemde sector. Het een en ander volgt ook uit subparagraaf ‘De organisatie’ (pagina 1) van de brief van de waarnemend Directeur van de Beleidsorganisatie Human Resources & Organisatie van het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening d.d. 25 april 2024 (zaaknummer 2023/024725), uit subparagraaf ‘Doelstelling van het instellingsbesluit’ (pagina 1) van het advies van Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Algemene Zaken d.d. 1 juli 2025, met kenmerk WJZ25/0181 (zaaknummer 2025/004069) en uit het eerste tekstblok van paragraaf 4.2 ‘De huidige organisatie van de CBA’ (pagina 7) van het ‘Rapport over het advies inzake de aan te bevelen verzelfstandigingsvorm van de Curaçaose Burgerluchtvaart Autoriteit’, opgesteld door de Stichting Overheidsaccountantsbureau d.d. 21 februari 2024, met kenmerk 24/0133C/SF.
Een op het derde lid van artikel 15 van de Labo gebaseerde landsbesluit, houdende algemene maatregelen, heeft niet alleen betrekking op de sectoronderdelen maar ook op de uitvoerende organisaties die onder de betrokken sector vallen. Door de vaststelling in het ontwerp dat de CBA een uitvoerende dienst is, is volgens de Raad slechts gedeeltelijk voldaan aan de (delegatie)opdracht opgenomen in het derde lid van artikel 15 van de Labo. De Raad is, met andere woorden, van oordeel dat ten aanzien van de sectoronderdelen een landsbesluit, houdende algemene maatregelen, moet worden vastgesteld waarin de taken, organisatiestructuur en het maximumaantal formatieplaatsen van de in onderdeel i van het eerste lid van artikel 15 van de Labo bedoelde sector Verkeer en Vervoer wordt opgenomen.
Daarnaast kunnen in datzelfde landsbesluit, houdende algemene maatregelen, de taken, organisatiestructuur en maximumaantal formatieplaatsen van de CBA als zijnde een uitvoerende organisatie van de sector Verkeer en Vervoer van het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning worden opgenomen.[1] Ten overvloede merkt de Raad op dat subdelegatie is uitgesloten vanwege de formule ‘bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen’ opgenomen in de eerste volzin van het derde lid van artikel 15 van de Labo.
De Raad adviseert de regering om met inachtneming van het bovenstaande het ontwerp aan te passen.
b. Uitblijvende wetgeving; instellingslandsbesluit van sectoren van alle ministeries
Het is de Raad opgevallen dat met het instellen van de CBA als uitvoerende organisatie binnen de sector Verkeer en Vervoer slechts een klein deel van een veelomvattend geheel wordt geregeld. Geconstateerd kan worden dat sinds 10 oktober 2010 de taken, organisatiestructuur en maximumaantal formatieplaatsen van geen van de achttien sectoren van de negen ministeries genoemd in het eerste lid van artikel 15 van de Labo bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, zijn vastgesteld.[2]
De Raad adviseert de regering om met de nodige voortvarendheid het traject tot vaststelling van deze landsbesluiten, houdende algemene maatregelen, alsmede die tot vaststelling van de taken, organisatiestructuur en maximumaantal formatieplaatsen van de uitvoerende organisaties binnen sectoren van de onderscheiden ministeries te starten.
2. Strijdigheid met de Labo
Uit het zesde lid van artikel 2 van het ontwerp volgt dat de afdeling Inspectie Veiligheid en Beveiliging van de uitvoeringsdienst CBA van de Sector Verkeer en Vervoer van het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning uit zeven teams zal bestaan. Volgens onderdeel c van het tweede lid van artikel 1 van de Labo mag een uitvoerende dienst, zoals de CBA, uit maximaal vier afdelingen bestaan die op hun beurt onderverdeeld mogen worden in maximaal vier teams. De onderverdeling van de afdeling Inspectie Veiligheid en Beveiliging van de CBA in zeven teams is met andere woorden in strijd met de Labo.
De Raad adviseert de regering om het ontwerp aan te passen.
3. Eerlijke concurrentie
a. De verhouding met de Landsverordening inzake concurrentie
In onderdeel e van artikel 3 van het ontwerp wordt bepaald dat de CBA tot taak heeft het bevorderen van eerlijke concurrentie en doelmatig marktgedrag bij de exploitatie van luchtvaartmaatschappijen, luchthavens en luchtvaartnavigatiediensten. Bij het ontbreken van concurrentie is de CBA volgens dit artikelonderdeel belast met het voorkomen van misbruik van monopolistische of marktmacht. Aangezien er in de nota van toelichting een motivering ontbreekt over dit specifieke artikelonderdeel, is het niet duidelijk op welke wijze deze taak van de CBA zich verhoudt tot de taken van de Fair Trade Authority Curaçao (hierna: de FTAC), zoals opgenomen in de Landsverordening inzake concurrentie. Volgens de memorie van toelichting behorende bij laatstgenoemde landsverordening betreft het toezicht van de FTAC ‘alle ondernemingen in de volle breedte van de economie’[3]. Bij de totstandkoming van de Landsverordening inzake concurrentie is rekening gehouden met onder andere de beperkte beschikbaarheid van mededingingsexperts[4]. De kennis en know how ten aanzien van mededingingszaken is in een klein land relatief moeilijk aan te trekken, te onderhouden en te behouden. In het licht hiervan dient volgens de Raad overwogen te worden of de desbetreffende taak aan de FTAC overgelaten moet worden.[5] Daarbij zou aan de CBA uitsluitend een adviserende taak kunnen worden gegeven door de formulering van onderdeel e van artikel 3 van het ontwerp aan te passen.
Indien de regering van mening zou zijn dat de desbetreffende taak niet aan de FTAC overgelaten moet worden, dan verwijst de Raad naar het tweede lid van artikel 2.14 van de Landsverordening inzake concurrentie. Uit dat artikellid is, voor zover relevant, af te lezen dat de FTAC uit eigen beweging marktonderzoeken mag doen en rapportages mag opstellen indien dat naar haar oordeel nuttig is voor de uitvoering van de taken die haar bij de Landsverordening inzake concurrentie zelf of een andere landsverordening zijn opgedragen. De Landsverordening inzake concurrentie heeft juist tot doel het bevorderen van een eerlijke concurrentie en doelmatig marktgedrag en het voorkomen van misbruik van monopolistische of marktmacht.
De Raad adviseert de regering om onderdeel e van artikel 3 van het ontwerp zodanig aan te passen dat daaruit voort zal vloeien dat aan de CBA uitsluitend een adviserende taak toekomt ten aanzien van eerlijke concurrentie en doelmatig marktgedrag en het voorkomen van misbruik van monopolistische of marktmacht.
b. Expertise, bevoegdheden en instrumenten
Indien de regering van mening is dat het advies van de Raad (zie onderdeel a) niet opgevolgd moet worden en dat aan de CBA geen adviserende taak moet worden toebedeeld, dan dient in de nota van toelichting daarop ingegaan te worden. Duidelijk moet worden gemaakt of bij de CBA voldoende expertise aanwezig is om de desbetreffende wettelijke taak te kunnen uitvoeren. Tevens dient aangegeven te worden welke instrumenten hiervoor beschikbaar zijn en of in de organisatie de juiste bevoegdheden aan het personeel zijn toegekend om de voorgestelde wettelijke taak te kunnen uitvoeren. Ten overvloede dienen de financiële middelen om deze taak te kunnen uitvoeren in de nota van toelichting belicht te worden. Gedacht wordt aan onder andere wervingskosten en vakopleidingen en deskundigheidsbevordering ten behoeve van het personeel belast met mededingingszaken op het gebied van de luchtvaart.
De Raad adviseert de regering om de nota van toelichting aan te passen.
4. Het verkrijgen van categorie 1-status van de ‘Federal Aviation Administration’
In het afgelopen decennium is steeds door regeringen – zoals kan worden opgemaakt uit de memories van toelichting behorende bij het ontwerp van de overheidsbegrotingen – als doel gesteld het verkrijgen van de status van ‘categorie 1’ van de Federal Aviation Administration. Verschillende wetgevende en niet-wetgevende maatregelen moeten worden getroffen om dit doel te bereiken. In de laatste zin van subparagraaf ‘Tekortkomingen geconstateerd in internationale audits’ van de nota van toelichting (pagina 5) staat dat het onderhavige landsbesluit onderdeel is van een breder pakket van maatregelen om Curaçao weer naar categorie 1 te brengen. Gezien het belang van dit onderwerp[6] is de Raad van oordeel dat tenminste de overige nog te treffen wettelijke maatregelen die deel uitmaken van bovengenoemd pakket in de nota van toelichting vermeld moeten worden alsmede het tijdsbestek waarbinnen het één en ander afgerond zal worden.
De Raad adviseert de regering de nota van toelichting op dit punt aan te vullen.
II. Inhoudelijke opmerkingen
1. Het ontwerp
a. Facilitaire en logistieke ondersteuning (artikel 2, derde lid)
1°. De uitvoering in de praktijk
In het derde lid van artikel 2 van het ontwerp wordt bepaald dat de diensten op het gebied van personeelszaken, receptie, ICT en facilitaire ondersteuning ten aanzien van de CBA geleverd worden door de stafafdeling van het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planningen door de Shared Services Organisatie van het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening. Het is niet duidelijk met welke van de in dat artikellid genoemde ondersteunende diensten de stafafdeling van het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning zal worden belast en welke andere ondersteunende diensten voor rekening komen van de Shared Service Organisatie van het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening. De Raad is van oordeel dat gelet op het eerste lid van artikel 19 van de Labo een duidelijke indeling moet worden gecreëerd. In het eerste lid van artikel 19 van de Labo wordt niet limitatief bepaald welke ondersteunende diensten onder de Shared Service Organisatie zouden kunnen vallen.
De Raad adviseert de regering om het ontwerp aan te passen.
2°. De bedoeling van de wetgever ten aanzien van artikel 19 van de Labo
In het derde lid van artikel 2 van het ontwerp wordt bepaald dat de diensten op het gebied van personeelszaken, receptie, ICT en facilitaire ondersteuning ten aanzien van de CBA geleverd worden door onder andere de Shared Services Organisatie van het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening.
De Shared Service Organisatie van het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening voert ten behoeve van alle ministeries de taken, genoemd in het eerste lid van artikel 19 van de Labo, uit. Volgens de toelichting op artikel 19 beschrijft dit artikel de ondersteunende organisatie. Het verschil met de ondersteuningsstaf is dat de ondersteunende organisatie belast is met taken die steeds terugkomen en die dan beter op centraal niveau kunnen worden uitgeoefend. De ondersteunende organisatie draagt zorg voor de operationele, administratief repeterende werkzaamheden, die vanwege doelmatigheid optimaler op centraal niveau kunnen worden uitgevoerd, aldus bedoelde toelichting.
Aangezien de Labo al regelt welke facilitaire en logistieke ondersteuning de Shared Service Organisatie aan de ministeries moet verlenen, is niet duidelijk waarom deze taak ten aanzien van de sector Verkeer en Vervoer expliciet in het derde lid van artikel 2 van het ontwerp moet worden geregeld.
De Raad adviseert de regering in de nota van toelichting op het bovenstaande in te gaan en zonodig het derde lid van artikel 2 van het ontwerp, voor zover het betreft de Shared Service Organisatie van het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening. aan te passen.
b. De gevallen voor het optreden als waarnemend Directeur-Generaal (artikel 2, vijfde lid)
Volgens de tweede zin van het vijfde lid van artikel 2 van het ontwerp treedt de Directeur Inspectie Veiligheid en Beveiliging op als waarnemend Directeur-Generaal bij afwezigheid wegens ziekte, verlof of ontstentenis van de Directeur-Generaal. De Raad is van oordeel dat het zou kunnen voorkomen dat er sprake zal moeten zijn van waarneming door de Directeur Inspectie Veiligheid en Beveiliging in de gevallen van een tijdelijke belemmering of verhindering van de Directeur-Generaal. Deze tijdelijke onmogelijkheid van de Directeur-Generaal om zijn functie uit te oefenen kan zijn oorzaak vinden in andere redenen dan tijdelijke afwezigheid wegens ziekte of verlof. Gedacht kan worden aan schorsing of ernstige ziekte van een familielid. Om deze reden dient overwogen te worden om het woord ‘belet’ in de tweede zin van het vijfde lid van artikel 2 van het ontwerp op te nemen. Het één en ander met dien verstande dat de zinsnede ‘afwezigheid wegens ziekte, verlof of ontstentenis’ vervangen moet worden door ‘belet of ontstentenis’. Het woord ‘belet’ heeft een ruimere betekenis dan ‘ziekte’ en ‘verlof’.
De Raad adviseert de regering om het ontwerp aan te passen.
c. Limitatieve opsomming (artikel 3)
In artikel 3 van het ontwerp worden de taken en verantwoordelijkheden van de CBA geregeld. Uit de formulering van deze bepaling volgt dat het hierbij gaat om een limitatieve opsomming van de taken en verantwoordelijkheden van de CBA. In het ‘Formatieplan Curaçaose Burgerluchtvaart Autoriteit’ (hierna: het formatieplan) van 22 maart 2019, met documentnummer CCAA.GEN.100, dat onderdeel uitmaakt van de overige bij het adviesverzoek gevoegde stukken, worden ook de taken en verantwoordelijkheden van de CBA opgesomd.[7] Dit formatieplan werd op 19 juni 2019 door de Raad van Ministers goedgekeurd.[8] Bij een vergelijking van de taken in artikel 3 van het ontwerp met de taken genoemd in het formatieplan kan geconcludeerd worden dat het formatieplan veel uitgebreider is. Een groot aantal van de daarin genoemde taken komen niet voor in of zijn niet te herleiden uit de opsomming van artikel 3 van het ontwerp. Hierdoor is het niet duidelijk wat formeel de taken van de CBA zijn. Als voorbeeld noemt de Raad het houden van controles op vliegtuig geluid- en motoremissies volgens ICAO Annex 16, maar meer in het bijzonder het samenwerken hieromtrent met milieu-autoriteiten. Het verlenen van goedkeuring aan trainingsprogramma’s van luchtvaartmaatschappijen voor het vervoeren van gevaarlijke stoffen en het verlenen van goedkeuring voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn andere voorbeelden.
De Raad is van oordeel dat duidelijkheid gecreëerd moet worden door bijvoorbeeld artikel 3 van het ontwerp zoveel mogelijk aan te vullen met de taken genoemd in het formatieplan. Indien de regering een andere mening is toegedaan, dan dient deze in de nota van toelichting gemotiveerd te worden.
De Raad adviseert de regering om het ontwerp en de nota van toelichting aan te passen.
d. Het voorbereiden van wet- en regelgeving op het gebied van de luchtvaart (artikel 3, onderdeel b)
Volgens onderdeel b van artikel 3 van het ontwerp heeft de CBA als taak het voorbereiden van wet- en regelgeving op het gebied van de burgerluchtvaart. Uit punt 1 van het formatieplan (pagina 7) volgt dat de CBA tot taak heeft het maken van voorstellen voor regelgeving voor niet alleen het verbeteren van de burgerluchtvaart maar ook voor het luchttransport. De Raad is van oordeel dat uit de formulering van onderdeel b van artikel 3 van het ontwerp moet blijken dat de CBA ook belast is met het voorbereiden van wet- en regelgeving over het luchttransport in zijn algemeenheid (bijvoorbeeld voor ruimtevaart) en niet slechts beperkt moet worden tot de burgerluchtvaart.
De Raad adviseert de regering om het ontwerp aan te passen.
e. Gevraagde of ongevraagde adviezen gericht aan welk orgaan (artikel 3, onderdelen c en d)
Volgens de onderdelen c en d van artikel 3 van het ontwerp is de CBA kortgezegd belast met het adviseren over het nationale luchtvaartbeleid en aangelegenheden betreffende de burgerluchtvaart. Volgens de Raad dient uit de betreffende artikelonderdelen duidelijk te blijken aan welke minister(s) de bedoelde adviezen gericht moeten worden. Tevens dient duidelijk gemaakt te worden of de CBA ook uit eigen beweging, dus ongevraagd, een minister mag adviseren.
De Raad adviseert de regering om het ontwerp aan te passen.
f. Adviseren over aangelegenheden betreffende de burgerluchtvaart (artikel 3, onderdeel d)
In onderdeel d van artikel 3 van het ontwerp wordt bepaald dat de CBA belast is met het adviseren over aangelegenheden over de burgerluchtvaart. De Raad is van oordeel dat de CBA als het adviestaken betreft, net zoals ten aanzien van het maken van voorstellen voor wet- en regelgeving voor de burgerluchtvaart en het luchttransport (onderdeel II.1.d van dit advies), belast moet worden met het (gevraagd of ongevraagd) adviseren over aangelegenheden betreffende de burgerluchtvaart alsmede het luchttransport in zijn algemeenheid.
De Raad adviseert de regering om onderdeel d van artikel 3 van het ontwerp aan te passen.
g. Het luchtvaartregister (artikel 3, onderdeel g)
In onderdeel g van artikel 3 van het ontwerp wordt aan de CBA de taak van beheerder van het luchtvaartregister van Curaçao toebedeeld. Aangezien er een toelichting ontbreekt op dit onderdeel van artikel 3 van het ontwerp, is het niet duidelijk of met dit luchtvaartregister het nationaliteitsregister wordt bedoeld, dat in het eerste lid van artikel 3 van de Luchtvaartlandsverordening, in samenhang gelezen met de artikelen 3 tot en met 11 van het Landsbesluit toezicht luchtvaart, wordt geregeld. De Raad is van oordeel dat duidelijkheid gecreëerd dient te worden gelet op de vraag of voor dit luchtvaartregister al de nodige uitvoeringsregelingen zijn vastgesteld of nog moeten worden vastgesteld.
De Raad adviseert de regering om het ontwerp en de nota van toelichting aan te passen.
h. Terminologie (artikel 3, onderdeel j)
1º. De term ‘luchthavens’
In onderdeel j van artikel 3 van het ontwerp wordt de term ‘luchthavens’ gebruikt. Het is niet duidelijk of met de deze term de lokale luchthaven wordt bedoeld of ook buitenlandse luchthavens.
De Raad adviseert de regering om het ontwerp aan te passen.
2º. De term ‘relevante afdelingen’
In onderdeel j van artikel 3 van het ontwerp wordt de term ‘relevante afdelingen’ gebruikt. Het is niet duidelijk of met deze term bedoeld wordt andere sectoren van andere ministeries in het binnen- of buitenland.
De Raad adviseert de regering om het ontwerp aan te passen.
3º. De term ‘betrokken instanties’
In onderdeel j van artikel 3 van het ontwerp wordt de term ‘betrokken instanties’ gebruikt. Duidelijk gemaakt moet worden of het hierbij gaat om binnenlandse of buitenlands instanties.
De Raad adviseert de regering om het ontwerp aan te passen.
2. De nota van toelichting
a. Personele bezetting
In de tweede zin van het eerste tekstblok van paragraaf II ‘Financiële paragraaf’ van de nota van toelichting (pagina 6) wordt aangegeven dat momenteel 24 formatieplaatsen (van de 29) zijn vervuld en benoemingsprocedures voor drie additionele medewerkers thans plaatsvinden. Uit de tweede zin van het derde tekstblok van de toelichting op artikel 2 van het ontwerp (pagina 8) volgt dat momenteel 21 van de 29 formatieplaatsen zijn vervuld en dat er actieve vervullingsprocedures plaatsvinden voor nog zes medewerkers.
De Raad adviseert de regering om deze discrepantie in de nota van toelichting op te heffen.
b. Financiering van de exploitatie van de CBA
1º. De noodzaak voor een totaal cijfermatig beeld
- Dekking van de kosten van de exploitatie van de CBA
In subparagraaf ‘Financiering van de CBA’ van paragraaf II ‘Financiële paragraaf’ van de nota van toelichting (pagina 6) wordt aangegeven dat de exploitatie van de CBA deels wordt gefinancierd via bijdragen uit de algemene middelen alsmede uit opbrengsten op grond van de Landsverordening luchtvaartveiligheidsheffing.
Volgens de Raad moet zorgvuldig worden gekeken naar de financiële effecten van voorgenomen wettelijke maatregelingen. Op grond van artikel 11 van de Landsverordening comptabiliteit 2010 in samenhang met aanwijzing 157, onderdeel h, van de Aanwijzingen voor de regelgeving moet in de financiële paragraaf de financiële gevolgen voor en de dekking door het Land worden vermeld. De Raad mist in de nota van toelichting een kwantificering van de kosten die gemaakt zullen moeten worden voor de instelling en exploitatie van de CBA. Tevens dient duidelijk gemaakt te worden hoe de dekking van deze kosten tussen de algemene middelen en de opbrengsten van de luchtvaartveiligheidsheffing verdeeld zullen worden (verdeelsleutel). Het één en ander dient ook uit de meerjarenbegroting te blijken.
- Dekking van de kosten voor facilitaire en logistieke ondersteuning
In het derde lid van artikel 2 van het ontwerp wordt voorts bepaald dat de diensten op het gebied van personeelszaken, receptie, ICT en facilitaire ondersteuning ten aanzien van de CBA geleverd worden door de stafafdeling van het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning en de Shared Services Organisatie van het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening. Uit de desbetreffende subparagraaf ‘Financiering van de CBA’ dient opgemaakt te worden of voornoemde ondersteuning van de sector Verkeer en Vervoer van het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning gevolgen op personeelsgebied zal hebben voor voornoemde twee organisatieonderdelen, zoja wat de omvang daarvan zal zijn en hoe deze extra kosten gedekt zullen worden. In het licht van aanwijzing 159, eerste en derde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving moet worden aangegeven in welke omvang hogere of lagere uitgaven te verwachten zijn door de verlening van voornoemde ondersteuning aan de Sector Verkeer en Vervoer.
- Het oordeel van de Raad
De Raad adviseert de regering om de nota van toelichting aan te passen.
2º. Algemene middelen
Volgens de Raad dient in de desbetreffende subparagraaf ‘Financiering van de CBA’ tot uitdrukking gebracht te worden dat de exploitatie van de CBA niet deels uit de algemene middelen wordt gefinancierd maar deels uit de begroting van het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning. Dit laatste volgt immers uit het advies d.d. 14 augustus 2025 van de Directeur Beleidsorganisatie van het Ministerie van Financiën, waarin wordt aangegeven dat de kosten van de uitvoeringsdienst CBA jaarlijks onderdeel uitmaken van de begroting van het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning.
De Raad adviseert de regering om de nota van toelichting aan te passen.
3º. De luchtvaartveiligheidsheffing
In de nota van toelichting is niet inzichtelijk gemaakt hoe het verloop is van de financiering uit de opbrengsten van de luchtvaartveiligheidsheffing.
Volgens artikel 2, eerste lid, van de Landsverordening luchtvaartveiligheidsheffing wordt door een bij landsbesluit aan te wijzen instelling onder de naam ‘luchtvaartveiligheidsheffing’ een bedrag geheven en geïnd van alle vertrekkende passagiers. De aangewezen instelling, namelijk Curaçao Airport Partners N.V (hierna: CAP), stort de geïnde bedragen in het fonds, bedoeld in artikel 6 van genoemde landsverordening. Dit fonds is ingevolge het eerste lid van artikel 6 van de landsverordening ten behoeve van de financiering van het toezicht op de burgerluchtvaart. De CAP stort de geïnde luchtvaartveiligheidsheffingen op een door de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke planning aan te wijzen bankrekening.
De Raad adviseert de regering om de nota van toelichting op dit punt aan te vullen.
III. Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard
Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard zijn in een bijlage bij dit advies opgenomen en worden geacht hiervan integraal onderdeel uit te maken.
IV. Conclusie en (procedureel) advies
De Raad van Advies heeft een aantal bezwaren bij het ontwerp en adviseert de regering niet conform de daarin opgenomen voorstellen te besluiten, tenzij het is aangepast.
Deze bezwaren hebben te maken met:
- de reikwijdte van de grondslag van het ontwerp;
- de strijdigheid met de Labo.
Volgens artikel 15, derde lid, van de Labo dient eerst de taken, organisatiestructuur van de sector Verkeer en Vervoer op hoofdlijnen en het maximumaantal formatieplaatsen van dat sectoronderdeel en uitvoerende organisatie binnen dat sector geregeld te worden. In datzelfde landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen vervolgens de taken, organisatiestructuur en de formatieplaatsen van de uitvoeringsdienst CBA geregeld worden.
Verder is artikel 2, zesde lid, van het ontwerp in strijd met artikel 1, tweede lid, van de Labo aangezien in plaats van het wettelijk bepaalde aantal van maximaal vier teams binnen een afdeling er zeven teams benoemd worden.
Willemstad, 16 december 2025
de Ondervoorzitter, de Secretaris,
____________________ ______________________
mevr. mr. L. M. Dindial mevr. mr. C. M. Raphaëla
Bijlage behorende bij het advies van de Raad van Advies, RvA no. RA/18-25-LB
Zowel het ontwerp als de nota van toelichting heeft wetstechnische en redactionele onvolkomenheden. De Raad noemt de volgende voorbeelden.
1. Het ontwerp
a. De voetnoot
Voorgesteld wordt om in de eerste voetnoot de zinsnede ‘AB 2010’ te vervangen door ‘A.B. 2010’.
b. Artikel 2
Voorgesteld wordt om:
- de opsomming in artikel 2 in overeenstemming te brengen met aanwijzing 77, eerste lid, onderdeel a, van de Aanwijzingen voor de regelgeving;
- in onderdeel 3 de zinsnede ‘en de Shared Service Organisatie.’ te vervangen door ‘en de Shared Service Organisatie van het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening.’;
- in onderdeel 6, onder c, het woord ‘brevetering’ te vervangen door ‘brevettering’.
c. Artikel 3
Voorgesteld wordt de zinsnede ‘de bij of krachtens de nationale wettelijke regelingen inzake luchtvaart gestelde regels’ te vervangen door ‘de bij of krachtens landsverordening inzake luchtvaart vastgestelde regels’
2. De nota van toelichting
a. Pagina 4
Voorgesteld wordt om:
- in de vierde zin van het eerste tekstblok de afkorting ‘ICAO’ te vervangen door ‘International Civil Aviation Organization (ICAO)’;
- in de eerste zin van subparagraaf ‘Tekortkomingen geconstateerd in internationale audits’ de zinsnede ‘onder meer’ te schrappen;
- in de tweede zin van subparagraaf ‘Tekortkomingen geconstateerd in internationale audits’ de zinsnede ‘International Civil Aviation Organization (ICAO)’ te vervangen door ‘ICAO’;
- in voetnoot 2 de zinsnede ‘AB 2010’ te vervangen door ‘A.B. 2010’.
b. Pagina 5
Voorgesteld wordt om in voorlaatste zin van het eerste tekstblok van subparagraaf ‘Advies van het SOAB over de juridische structuur van de CBA’ de zinsnede ‘De personele bezetting’ te vervangen door ‘Het personeel’.
c. Pagina 6
Voorgesteld wordt om in de tweede zin van het eerste tekstblok het woord ‘thans’ te schrappen.
d. Pagina 7
Voorgesteld wordt om in de laatste zin van het tweede tekstblok het woord ‘brevetering’ te vervangen door ‘brevettering’.
e. Pagina 8
Voorgesteld wordt om in de tweede zin van het eerste tekstblok het woord ‘fte’ te vervangen door ‘fte’s’.
__________________________
[1] Ten overvloede verwijst de Raad de regering naar het advies van de Raad d.d. 7 oktober 2020, genummerd RvA no. RA/25-20-LB, over het ontwerplandsbesluit, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 15, derde lid, van de Landsverordening ambtelijk bestuurlijke organisatie, houdende tijdelijke instelling van de Dienst Openbare Scholen bij de sector Onderwijs en Wetenschap van het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport (Tijdelijk instellingsbesluit DOS bij de sector Onderwijs en Wetenschap van OWCS) (zaaknummer 2019/022003). In subparagraaf I.a ‘Sector versus uitvoerende organisatie binnen de sector’ (pagina’s 1 en 2) en subparagraaf I.b.1º ‘Instellingsbesluit van sectoren van alle ministeries’ (pagina 2) van dat advies heeft de Raad de regering reeds gewezen op de problematiek van het opstellen van uitvoeringsregelingen op grond van het derde lid van artikel 15 van de Labo en het uitblijven van deze uitvoeringsregelingen. In die uitvoeringsregelingen dienen per sector de taken, organisatiestructuur op hoofdlijnen en het maximumaantal formatieplaatsen per sectoronderdeel en uitvoerende organisaties te worden geregeld en niet die van (alleen) de uitvoeringsorganisaties. Deze uitvoeringsregeling ten aanzien van de achttien sectoren van de negen ministeries zijn tot op heden niet vastgesteld.
[2] Zie in dit verband de per 10 oktober 2010 vervallen Landsverordening Organisatie Landsoverheid. De daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen (organisatieregelingen) zijn ook op genoemde datum vervallen. In de wetgevingspraktijk geldt immers het uitgangspunt, dat als een landsverordening vervalt ook de uitvoeringsregelingen daarvan vervallen.
[3] Zie pagina 10, derde alinea, van de memorie van toelichting (Zitting 2014-2015-071).
[4] Zie pagina’s 5, tweede tekstblok, 9, laatste tekstblok en 10, eerste tekstblok, van de memorie van toelichting (Zitting 2014-2015-071).
[5] Zie in dit verband artikel 2.14 van de Landsverordening inzake concurrentie.
[6] Zie in dit verband ook het advies van de Raad d.d. 9 oktober 2012 over de ontwerplandsverordening tot vaststelling van de begroting van Curaçao voor het dienstjaar 2013, met kenmerk RvA no. RA/27-12-LV (zaaknummer 2012/04931), pagina’s 9 en 10, onder III.6. ‘Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning’, het advies van de Raad d.d. 6 september 2021 over de ontwerplandsverordening tot vaststelling van de begroting van Curaçao voor het dienstjaar 2022, met kenmerk RvA no. RA/27-21-LV (zaaknummer 2021/019736), pagina 7, onder III.2 ‘Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning’ en het advies van de Raad d.d. 18 augustus 2022 over de ontwerplandsverordening tot vaststelling van de begroting van Curaçao voor het dienstjaar 2023, met kenmerk RvA no. RA/20-22-LV (zaaknummer 2022/023041), pagina 9, onder II.2 ‘Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning’.
[7] Zie hoofdstuk 2 ‘Taken en verantwoordelijkheden CBA’ op pagina 7 van het formatieplan.
[8] Zie de brief van de waarnemend Directeur Beleidsorganisatie Human Resources & Organisatie d.d. 25 april 2024, met kenmerk 2023/024725, p. 2, eerste tekstblok, laatste zin.
